Dood wordt theater

MC Magazine #2, najaar 2011

Tien jaar nadat haar vader zelfmoord pleegde maakte Lenne Koning een voorstelling over de dood, Schaduwtijd. “De wanhoop van het verlies is onder de voorstelling gekropen.”

Een ambulance die kort de Haarlemmerweg blauw verlicht. Een jong meisje met man die voorbijlopen, vlak nadat een actrice vertelt hoe ze achter de kist aanliep, met daarin haar vader. Heel bewust liet theatermaker Lenne Koning (28) de wand van ramen van de kleine studio van het MC Theater onafgedekt. Zoals mensen in rouw steeds geconfronteerd worden met de wereld die gewoon doorgaat, zo wilde Koning de buitenwereld haar voorstelling Schaduwtijd in laten komen. “Dat werkte soms zo mooi. Dat zijn cadeautjes.” De voorstelling wordt in december dit jaar hernomen, weer in dezelfde ruimte, met nieuwe argeloze voorbijgangers die plots een diepere laag aan de voorstelling kunnen geven.

Koning maakte de voorstelling vorig jaar, tien jaar nadat haar eigen vader overleed. Hij pleegde zelfmoord toen ze zeventien was. “Ik wilde een stuk maken over hoe abstract het is dat iemand er ineens niet meer is. En over hoe mensen met dat verlies omgaan. Over die bewonderenswaardige veerkracht van mensen die zich toch weer open durven te stellen, en zich daarmee ook weer kwetsbaar maken voor nieuw verlies dat zeker gaat komen.” Ze maakte een voorstelling zonder ‘verhaaltje’, maar met losse beelden, scenes, teksten, die samen één geheel vormen. “De wanhoop van het verlies, hoe het voelt dat de grond onder je voeten vandaan valt, dat moest onder de voorstelling kruipen,” zegt Koning. “Daarin is een lach af en toe belangrijk, want daardoor stelt het publiek zich open.”

Voor ze met de twee actrices, Senna Gourdou en Khadija Massaoudi, drie weken de studio indook om de voorstelling te maken, liet ze het onderwerp een zomer lang sudderen. Koning schreef een stapel teksten, van dialogen tot filosofische verhandelingen en poëtische monologen. “Als mensen het hebben over de dood of hun verdriet, dan gaat dat bijna altijd in cliché’s. Die grond onder je voeten die wegvalt, komt altijd terug. Als je dat leest bij die overlijdensberichten denk je, nou, dat is ook altijd hetzelfde. Maar voor iedereen die het overkomt, voelt het toch zo. En niet anders.” En ook al is dood een gegeven, eigenlijk de doodnormaalste zaak van het leven, komt het toch voor iedereen ‘plotseling’, of ‘onverwacht’. En als je op de dood let, is de dood overal. In een uitzending van Man Bijt Hond hoorde ze een man over leven met het verdriet van de dood van zijn dochter zeggen, ‘het is toch leven met de handrem erop’. “Een hele mooie vertaling van het cliché,” vindt Koning. Ze hoorde een filosoof op tv een verhandeling houden over de aanwezigheid van afwezigheid. “Hij zei: ‘als ik in een café zit te wachten op een vriend, dan zie ik de afwezigheid van die vriend. En niet de afwezigheid van iemand anders’.” Dat fragment heeft geleid tot een scene waarin Khadija Massaoudi, een van de actrices, wijst op een wereldbol en zegt: ‘dit is de wereld. Maar voor mij is dit de wereld zonder mijn vader’. Ze vraagt vervolgens mensen in het publiek hoe zij de wereld zien. Tijdens een van de voorstellingen antwoordde een vrouw heel rustig: ‘ik zie de wereld zonder mijn man’,” zegt Koning. “We proberen het heel open, te doen. Het publiek moet niet het gevoel hebben dat het gebruikt wordt voor de voorstelling. We willen graag dat iedereen het samen beleeft, dat er saamhorigheidsgevoel ontstaat.” Dat er maximaal vijftig mensen publiek in de ruimte van de kleine studio kunnen helpt daarbij, denkt Koning.

Dat de theatermaker ging werken met twee vrouwen in plaats van met mannelijke acteurs was volgens haar geen bewuste keuze. “Ik wil werken met acteurs die ik interessant vind, ik moet benieuwd zijn naar wat zij over het onderwerp te melden hebben. Want zij dragen veel bij aan de voorstelling. Senna en Khadija zijn zulke acteurs.” Misschien heeft het vrouwelijke, open, zachte er ook wat mee te maken. “Ja, mijn broer ging ook heel anders om met de dood van mijn vader. Die is zo boos geweest, zo boos. Bij mij duurde dat heel lang voor ik zover was.”

“Laat een ding duidelijk zijn,” zegt Koning, ‘Schaduwtijd gaat niet over mij of mijn vader’. De teksten komen voort uit persoonlijke gevoelens, ook die van de actrices, maar ze zijn overstijgend, zegt Koning. Het gaat niet over concrete voorvallen, maar over het algemene gemis, het verdriet, de abstractie van verliezen. Iedereen moet zich erin kunnen herkennen.

“Ik denk ook dat ik die tien jaar nodig heb gehad om met afstand naar mijn eigen verdriet te kunnen kijken,” zegt Koning. “Als we aan de voorstelling aan het werk waren, dan was ik ook totaal niet met mijzelf bezig, ik dacht helemaal niet over mijn eigen verdriet na.” Twee jaar geleden maakte ze al de voorstelling Vrije Val, bij het Hollandse Nieuwe festival. Die voorstelling ging over zelfmoord. “Toen ik naar de toneelschool ging, een jaar na de dood van mijn vader, hoopte ik al dat ik ooit zulke voorstelling zou kunnen maken,” zegt Koning. “Dat ik dat mooie zou kunnen wat kunst kan doen: iets wat zo verdrietig en pijnlijk en lelijk is, maken tot iets moois waar mensen door geraakt worden.”

Schaduwtijd is te zien van 8 tot en met 10 december 2011 in het MC Theater.

Advertenties

“Ik houd niet van burgerlijke dingen”

Parool, 27 oktober. Rubriek: geld moet rollen

Casper Reinders (41) is horeca ondernemer en verzamelaar van vintage, antiek en rariteiten. Voor zijn eigen zaken, zoals Jimmy Woo, Lion Noir en Ludwig II zocht hij zelf de kunst, de meubels en de decoratiestukken bij elkaar op markten over de hele wereld.

Papoea beelden

“Ik kom uit een familie van verzamelaars, ging van jongs af aan al met mijn moeder antiek kijken. Toen ik vijftien, zestien was ben ik begonnen met Papoea beelden. De voorouderbeeldjes van de Papoeas zien er uit als een soort ruimtewezens, heel mooi. Ik werkte dan de hele zomer bij een hoveniersbedrijf, verdiende ik in de maand iets van duizend gulden. En dat gaf ik uit aan dat soort beeldjes, ze waren zo’n tweehonderd gulden per stuk. Gelukkig heb ik ze nooit verkocht, ik heb ze onlangs terug gezet in mijn kasten.”

 Meest recente aankoop

“Een De Sede bank voor thuis, zo een met die verticale slangencomponenten. In het zwart. Ik heb hem gekocht in Antwerpen. Nieuw, kost ‘ie iets van dertig duizend euro heb ik begrepen. Belachelijk, zou ik zelf nooit kopen. Dit is echt een vintagebank, komt uit de jaren zeventig. In deze staat zou hij in Nederland twintigduizend opleveren. In België was ‘ie vijftien. Omdat ik heel veel bij die mensen kocht, kreeg ik ‘m voor tien. Maar het was eigenlijk voor een klant voor ons. Die besloot dat ‘ie m toch niet kon gebruiken en verkocht hem toen aan mij voor zeven. Zo koop ik ongeveer alles wat ik koop. Mijn geld zit in mijn zaken, dus ik moet slim kopen.”

Straaljager

“Een jaar heb ik hem laten staan in de winkel, zo’n rommelwinkel in De Negen Straatjes. Ik had steeds geen geld, hij was vijfhonderd euro, dacht steeds, mwah ik weet het niet. Maar elke keer als ik ging kijken stond hij er nog. Alsof hij voor mij bestemd was. Het is een model uit de jaren vijftig, zo groot als een onderarm. Die modellen werden door de producent geschonken aan generaals van landen die zo’n vliegtuig bestelden. Voor op je bureau. Ik zou het echt erg vinden als ik hem kwijt raakte, terwijl ik verder niet zoveel aan spullen hecht. Al klinkt dat gek misschien.”

Nog hebben

“Ik wil al vier jaar hele mooie blinds kopen voor onze ramen thuis, daar hangen nu nog Ikea-gordijnen. Ik weet ook precies wat ik wil hebben, maar dat kost best veel geld. En elke keer maak ik dan toch de keus voor zo’n bank bijvoorbeeld. Elke keer is er iets waarvan ik denk: dat is veel gaver, en dan interesseren die gordijnen me in een keer niets meer.”

Piemels

“Mijn motto is: als mijn werkster het eng of bizar vindt, dan is het goed. Ik houd niet van burgerlijke dingen. Dus ik heb ook een hele antieke piemelcollectie uit Thailand. Ik ben zo hetero als ik weet niet wat, dus sommige mensen vinden dat gek. Ik heb ze bijna allemaal gekocht bij antiquairs in Thailand. Een deel van de collectie staat nu in de vitrine van mijn zaak Ludwig II in de Reguliersdwarsstraat. De mooiste vindt ik een piemelketting, die droegen monniken aan hun broek. Die waren voor een mooi leven, veel rijkdom, dat soort dingen. En er liggen allemaal vrouwen over die piemels, heel grappig.”

Lees verder

Nachtburgemeester: ‘dieptepunt vertrutting voorbij’.

Parool, 27 april 2011

Uitgaanders in Amsterdam geven het hoofdstedelijke nachtleven een 6,6. Dat blijkt uit de Nachtmonitor die nachtburgemeester Isis vandaag presenteert aan de burgemeester.

Paradiso is verreweg de populairste club, gevolgd door Trouw en Studio 80. Het gemiddelde bedrag dat op een nacht uitgegeven wordt is 56 euro. En over het aanbod van kroegen en café’s zijn meer mensen zeer tevreden (63% van de ondervraagden) dan over de clubs in de stad (47%).

Nachtburgemeester Isis van der Wel liet het onderzoek uitvoeren door onder meer The Choice, bureau voor marktonderzoek. Ruim 2200 mensen, van zowel binnen als buiten de hoofdstad, vulden de internet-enquete met vragen over het Amsterdamse nachtleven in. Deelnemers werden geworven via allerlei media.

Opvallend is dat, ondanks de regelmatige berichten over geweld in het uitgaansleven, slechts 5% van de ondervraagden zich onveilig voelt ’s nachts. Homoseksuelen voelen zich wel vaker onveilig (11%) dan heteroseksuelen (4%). Dat ruim de helft (58%) in het afgelopen jaar wel eens (verbaal) geweld heeft meegemaakt doet daar kennelijk niks aan af. De ingrepen van de overheid om de openbare ruimte veiliger te maken wordt verschillend beoordeeld. Bijna de helft (48%) van de mensen die de enquete invulde voelden zich helemaal niet veiliger door camera toezicht, 33% wel. Bijna de helft (44%) denkt dat de veiligheid toeneemt als de politie preventief fouilleert.

INTERVIEW

Isis van der Wel, ook bekend als dj Isis, werd in februari 2010 voor twee jaar verkozen tot nachtburgemeester van Amsterdam. Met de Nachtmonitor wil ze iets tastbaars hebben om mee naar de beleidsmakers te stappen.

Met welke uitkomsten sta je straks sterk bij wethouders?

“Het is goed om te kunnen laten zien dat 86% van de mensen die uitgaan in Amsterdam voorstander is van de verruiming van de openingstijden. De beslissing van de gemeente om dat te doen komt dus als geroepen.”

Met welke cijfers ga je nog meer zwaaien?

“Mensen hebben aangegeven dat ze outdoorfestivals (94%) en Koninginnenacht (91%) heel belangrijk vinden. Ik begrijp goed dat de overheid iets moet met de dronken massa die zich misdraagt, maar het kan niet zo zijn dat daarom de vrijheid van Amsterdammers ingeperkt wordt. Dat Koninginnenacht om vier uur moet ophouden, en er maar één alcoholische consumptie per persoon verkocht mag worden. Ik wil hameren op het belang van een vrij moment in het jaar, van een nacht en dag waarop mensen de touwtjes kunnen laten vieren.”

Het raportcijfer is in de Nachtmonitor helaas niet uitgesplitst naar leeftijd. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is dertig, best oud voor uitgaanspubliek. Zitten er niet veel mensen tussen die het allemaal al wel gezien hebben?

“Het zou interessant zijn om de rapportcijfers naar leeftijd uit te splitsen. Ik ga kijken of we die gegevens nog kunnen destilleren.”

Lees verder

Mason geeft het publiek wat om naar te kijken

Parool, maart 2011

Dj’s, daar zijn de mensen op uit gekeken, denkt het dance duo Mason. Dus lieten ze een lichtgevende aap bouwen en stappen ze met een elektrische klarinet het podium op.

Een live-set door een producer blijft een raar ding. Hij staat op een podium live muziek te maken met zijn laptop, maar het publiek ziet er nauwelijks wat van. “Het gebeurt gewoon dat je live bezig bent en iemand een verzoeknummer komt aanvragen,” zegt Coen Berrier (31) de ene helft van het Amsterdamse dance duo Mason. Om wat duidelijker te maken dat er live muziek gemaakt wordt, en niet wat plaatjes van anderen gedraaid worden, gaat Mason met een dikke show toeren in plaats van alleen met laptops. “Als je er een elektrische klarinet bijpakt om een baslijn te spelen, zie je mensen elkaar aanstoten en wijzen,” zegt Berrier. “Mensen vinden dat tof. Het is meer entertainment.” De andere helft van het duo, Iason Chronis (31), weet precies wat het effect van een klassiek instrument tijdens een dance-show kan doen. Als violist toerde hij al mee met Tiësto om met dramatische riedels de mensenmassa’s tot een extra uitbarsting te spelen.

Mason is een naam die gebruikt wordt voor verschillende projecten. Als duo maken ze muziek in hun studio in het Westelijk Havengebied. Die brengen ze onder meer uit op hun eigen label Animal Language. Hun grote internationale hit Exceeder stamt uit 2006. Als dj Mason gaat Chronis in zijn eentje langs clubs in binnen en buitenland om daar sets te draaien met vooral electro en house muziek. En nu gaan ze weer, net als een aantal jaar geleden onder de naam Mason & The Maker, met zijn tweeën optreden, met de Mason Live Show. Tijdens de première van de show, eind februari in de Sugar Factory, presenteerden ze ook hun eerste volledige album They are among us. Ze dopen hun album ook nog in Antwerpen, Londen en Keulen.

Met het album dat deels gevuld is met popliedjes en een liveshow met instrumenten stapt Mason uit hun eigen klassieke dance-hoek waar enkel beats en laptops de toon zetten. Het duo gelooft dat het publiek na twintig jaar dj’s wel uitgekeken is op een gast achter knoppen. Het duo heeft een aap laten bouwen die licht geeft, de zogenaamde Baboon Booth. “We hadden ook lasers en knipperende lichtjes kunnen doen, maar die heeft iedereen al,” zegt Berrier. De lichten van de baboon en de lichten van de club worden gekoppeld aan geluidjes in de computers van het duo, net als de beelden voor op de schermen. Dus als Chronis bijvoorbeeld de knop van de snare-drum indrukt flitst het licht geel. Als Berrier tien minuten lang een geluidje loopt, draait een rood licht in een herhalend patroon mee. “Wat waaraan gekoppeld zit, daar zullen we nog wel mee blijven experimenteren,” zegt Berrier. “Tijdens een van de try-outs vielen alle lichten even uit. Maar mensen vonden het plotse donker geweldig, begonnen te gillen. Dat houden we er dus in.”

Lees verder

De klare lijnen en grappen van Stefan Glerum

Parool, 24 februari 2010

Rechte lijnen met kroontjespen, en geometrische figuren, ingekleurd met ecoline of de computer. Maar in de georganiseerde wereld van Stefan Glerum zit altijd een grapje.

Stefan Glerum (27) grapt graag met vrienden, een scheut ironie erbij, over exorbitant succes en rijkdom, in de hiphopcliché’s. Vandaar de stapeltjes klinkende munten, een champagne fles, een ring met diamant en een velg, die steeds terugkomen zijn serie High Rollers Only. De serie is, met ouder werk, te zien in de solo-expositie High Rollers Only in galerie Artpocalypse Collective in de Tweede Laurierdwarsstraat. Op de poster die hij voor de expo maakte staan die nieuwerwetse symbolen op een ouderwets schild, omringd door een ouderwetse sportwagen, dobbelstenen en kreeften. Eronder gedrapeerd een gouden horloge dat op ‘kwart over party’ staat.

Glerum houdt van Art-Deco, de klare lijn zoals Kuifje tekenaar Hergé en Joost Swarte die gebruiken en Bauhaus. Die stijlen combineert hij met zijn eigen leven en fantasiewereld. Met potlood tekent hij een grid. Dan schets hij er met potlood zijn tekening overheen, waarna hij het definitief maakt met kroontjespen. Daarna kleurt hij in met ecoline. Of met de computer.

De Amsterdammer is illustrator, vormgever, kunstenaar. “Waar het een begint en ophoudt is mij ook niet duidelijk.” Nadat hij in 2008 afstudeerde aan de Sint Joost Academie in Breda keerde hij terug naar Amsterdam. In korte tijd heeft hij zich tot bekendheid getekend. De Paroollezer kent hem van de cover die hij maakte voor de Scholengids van vorig jaar. Glerum begon met het maken van flyers voor feesten van vrienden. “Ik tekende toen nog met potlood, maar dat werkt niet voor flyers. Het moest meer schreeuwen. Toen heb ik de kroontjespen weer gepakt. Ben ik ermee gaan spelen. In de nabewerking is er ook meer mee mogelijk.”

Lees verder

De sprookjeswereld van textiel van Deux d’Amsterdam

Parool, 15 februari 2011

Deux d’Amsterdam maakt fantastische kostuums en performances. Met het nachtleven is de tweeling nu wel klaar. Tijd voor meer verdieping met textiel.

Een taartje ter grote van een koelkast bolt uit de stellingkast. Eronder rijen gestickerde dozen: ‘haar rood’, ‘haar zwart’, ‘pruiken licht & gekleurd’. Er is een doos met rapunselhaar. En onder de enorme knuffelberenhoofden staan dozen slips en korsetten. Het is het atelier van Deux d’Amsterdam, het bedrijf van de eeneiige tweeling Maaike en Sasja Strengholt (37). Ze handelen in performances met textiel, en maken alle kostuums zelf. Dat kan zijn een meisje met zo’n berenkop op die drank uitdeelt op een feestje, maar liefst maken ze uitbundigere performances. Zoals vorig jaar op Mysteryland. Toen dat taartje om een meisje zat en het taartje met andere levende cakejes, ijsjes en een chocoladereep over het festivalterrein paradeerde.

“Deux d’Amsterdam creëert een sprookjeswereld,” zegt stylist Marije Goekoop. Zij werkte met Deux d’Amsterdam onder andere aan opdrachten voor Vlisco, de Nederlandse maker van Afrikaanse stoffen. “Het leven kan grijs zijn, maar als je dan opeens een meisje als taartje of bolletje wol voorbij ziet lopen, wordt je vrolijk. Het is zoals de wereld van Tim Walker, een Engelse modefotograaf. Ik denk dat zij perfect voor elkaar zouden zijn.”

Lees verder

Feestjes met eigen groep goed voor integratie

Parool, 1 februari 2010

Behalve partyscenes die zich onderscheiden in muziek, van techno tot r&b, zijn er ook scenes die zich onderscheiden op afkomst van de bezoeker. Donderdag 3 februari promoveert Simone Boogaarts-de Bruin op haar onderzoek naar deze ‘ethno-parties’ in Nederland. “In de Turkse scene is het deurbeleid ook streng.”

“Ik weet niet of ik sommige Turkse feesten zelf wel in zou komen zonder gastenlijst, die hebben erg trendy kledingvoorschriften.,” lacht Boogaarts-de Bruin. Tussen het begin van haar onderzoek in 2004 en het inleveren van haar proefschrift vorig jaar, kreeg ze drie kinderen. “In de tijd dat ik zelf veel ging stappen ging ik naar feesten waar alternatieve muziek gedraaid werd, grunge was het toen.”

Het was niet de drang om te feesten die de antropoloog op het onderwerp bracht, dat was onder andere de ophef over het deurbeleid. “Er was toen veel gedoe over in de media, en iedereen riep maar wat. Dat veel Marokkaanse jongeren niet wisten hoe ze zich moesten gedragen in een club. Maar niemand had nog onderzoek gedaan naar het daadwerkelijke uitgaansgedrag van die jongeren of hen om hun mening en ervaring gevraagd.”

Een van de dingen waar ze achterkwam: ook in de ethno-scenes wordt een stevig deurbeleid gevoerd. Ethno-parties richten zich op jongeren van een bepaalde afkomst, Boogaarts-de Bruin onderzocht de Asian, Turkse en Marokkaanse scene. Maar dat betekent niet dat iedereen van die afkomst ook binnenkomt. In de Turkse clubscene mogen mannen alleen naar binnen als ze een vrouwelijke date meebrengen, zodat de man-vrouw verhouding in balans blijft. Maar ook om ongewenste types te weren. Zoals een clubgangster van Turkse afkomst het verwoordt in het proefschrift : ‘als een man geen date kan vinden, dan betekent het dat hij geen vrouwelijke vrienden heeft en dat de vrouwen in zijn familie niet uit mogen. Zulke ouderwetse types wil je niet op een feest.”

Lees verder