Nederlands racisme? ‘Dat is er niet’

Gepubliceerd op Oneworld.nl

In het boek Dutch Racism gaan wetenschappers op zoek naar de vorm, oorzaken en gevolgen van racisme in Nederland. Ontkenning van racisme is een van de grootste euvels. “Om tolerant te blijven moeten we nu even intolerant zijn.”

Image

“Ik wil jullie heel erg bedanken dat jullie racisme bespreekbaar maken”, zei een dame van Surinaamse komaf na afloop van de presentatie van het boek Dutch Racism vorige week. Onderzoekers hadden net verteld dat witte Nederlanders vinden dat ze het recht hebben om zich racistisch uit te laten, terwijl ze ook nog vaak ontkennen dat die uitlatingen racistisch zijn. “Ik herken veel in wat er net gezegd is”, zei de dame. “Het is fijn om dat een keer in het openbaar te horen.”

Witte Nederlanders vinden dat ze het recht hebben om zich racistisch uit te laten

“Een geschreven documentaire”, noemen de samenstellers het boek. “Elke auteur zoemt in op onderwerpen die hij of zij belangrijk vindt.” Philomena Essed, hoogleraar aan de Amerikaanse Antioch University en de universiteit van het Zweedse Umeå, en Isabel Hoving, Diversity Officer en universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, brachten wetenschappelijke artikelen en verhalen samen die een flink deel van het spectrum van racisme in Nederland beslaan. De Nederlandse slavernijgeschiedenis komt aan bod, net als de sporen die getrokken zijn in de voormalige kolonies. De behandeling van Antilliaanse jongens in Nederland, apartheid, het rasbewust zijn van drie generaties Indo’s. Antisemitisme krijgt aandacht, net als de opkomst van Islamofobie.

Lees verder

“Wij willen laten zien dat je wat kunt bereiken”

Parool, 7 december 2011

Vier Nederlands-Antilliaanse rappers gingen naar Curaçao om de kleine hiphopscene daar vooruit te helpen. En om zelf te leren. “Die tambú van de slaven, dat is gewoon hiphop man.”Image

Van een mistig en koud Nederland staan rappers Fresku en Gikkels anderhalve dag later op een schoolplein waar de lucht boven de grond trilt. Terwijl de zon op hen in hakt en de zweetdruppels langs de slapen parelen, bouwen scholieren van het KAP College een geluidsset op. Wanneer de bel van de pauze gaat stromen de leerlingen naar buiten, het plein op. De achterbak van een witte gedeukte auto vouwt zich uit tot broodjeskraam. Gikkels en Fresku, uit Amsterdam en Eindhoven, beginnen de eerste schoolpleinsessie van de vele deze week in Willemstad. Onwennig eerst nog, want kennen deze leerlingen hun wel? Weten ze wel dat ze op gaan treden? En verstaan ze wel Nederlands? Hoe goed kunnen ze deze jongeren, die zo op hen lijken, maar toch zo anders zijn, inschatten?

Lees verder

Dood wordt theater

MC Magazine #2, najaar 2011

Tien jaar nadat haar vader zelfmoord pleegde maakte Lenne Koning een voorstelling over de dood, Schaduwtijd. “De wanhoop van het verlies is onder de voorstelling gekropen.”

Een ambulance die kort de Haarlemmerweg blauw verlicht. Een jong meisje met man die voorbijlopen, vlak nadat een actrice vertelt hoe ze achter de kist aanliep, met daarin haar vader. Heel bewust liet theatermaker Lenne Koning (28) de wand van ramen van de kleine studio van het MC Theater onafgedekt. Zoals mensen in rouw steeds geconfronteerd worden met de wereld die gewoon doorgaat, zo wilde Koning de buitenwereld haar voorstelling Schaduwtijd in laten komen. “Dat werkte soms zo mooi. Dat zijn cadeautjes.” De voorstelling wordt in december dit jaar hernomen, weer in dezelfde ruimte, met nieuwe argeloze voorbijgangers die plots een diepere laag aan de voorstelling kunnen geven.

Koning maakte de voorstelling vorig jaar, tien jaar nadat haar eigen vader overleed. Hij pleegde zelfmoord toen ze zeventien was. “Ik wilde een stuk maken over hoe abstract het is dat iemand er ineens niet meer is. En over hoe mensen met dat verlies omgaan. Over die bewonderenswaardige veerkracht van mensen die zich toch weer open durven te stellen, en zich daarmee ook weer kwetsbaar maken voor nieuw verlies dat zeker gaat komen.” Ze maakte een voorstelling zonder ‘verhaaltje’, maar met losse beelden, scenes, teksten, die samen één geheel vormen. “De wanhoop van het verlies, hoe het voelt dat de grond onder je voeten vandaan valt, dat moest onder de voorstelling kruipen,” zegt Koning. “Daarin is een lach af en toe belangrijk, want daardoor stelt het publiek zich open.”

Voor ze met de twee actrices, Senna Gourdou en Khadija Massaoudi, drie weken de studio indook om de voorstelling te maken, liet ze het onderwerp een zomer lang sudderen. Koning schreef een stapel teksten, van dialogen tot filosofische verhandelingen en poëtische monologen. “Als mensen het hebben over de dood of hun verdriet, dan gaat dat bijna altijd in cliché’s. Die grond onder je voeten die wegvalt, komt altijd terug. Als je dat leest bij die overlijdensberichten denk je, nou, dat is ook altijd hetzelfde. Maar voor iedereen die het overkomt, voelt het toch zo. En niet anders.” En ook al is dood een gegeven, eigenlijk de doodnormaalste zaak van het leven, komt het toch voor iedereen ‘plotseling’, of ‘onverwacht’. En als je op de dood let, is de dood overal. In een uitzending van Man Bijt Hond hoorde ze een man over leven met het verdriet van de dood van zijn dochter zeggen, ‘het is toch leven met de handrem erop’. “Een hele mooie vertaling van het cliché,” vindt Koning. Ze hoorde een filosoof op tv een verhandeling houden over de aanwezigheid van afwezigheid. “Hij zei: ‘als ik in een café zit te wachten op een vriend, dan zie ik de afwezigheid van die vriend. En niet de afwezigheid van iemand anders’.” Dat fragment heeft geleid tot een scene waarin Khadija Massaoudi, een van de actrices, wijst op een wereldbol en zegt: ‘dit is de wereld. Maar voor mij is dit de wereld zonder mijn vader’. Ze vraagt vervolgens mensen in het publiek hoe zij de wereld zien. Tijdens een van de voorstellingen antwoordde een vrouw heel rustig: ‘ik zie de wereld zonder mijn man’,” zegt Koning. “We proberen het heel open, te doen. Het publiek moet niet het gevoel hebben dat het gebruikt wordt voor de voorstelling. We willen graag dat iedereen het samen beleeft, dat er saamhorigheidsgevoel ontstaat.” Dat er maximaal vijftig mensen publiek in de ruimte van de kleine studio kunnen helpt daarbij, denkt Koning.

Dat de theatermaker ging werken met twee vrouwen in plaats van met mannelijke acteurs was volgens haar geen bewuste keuze. “Ik wil werken met acteurs die ik interessant vind, ik moet benieuwd zijn naar wat zij over het onderwerp te melden hebben. Want zij dragen veel bij aan de voorstelling. Senna en Khadija zijn zulke acteurs.” Misschien heeft het vrouwelijke, open, zachte er ook wat mee te maken. “Ja, mijn broer ging ook heel anders om met de dood van mijn vader. Die is zo boos geweest, zo boos. Bij mij duurde dat heel lang voor ik zover was.”

“Laat een ding duidelijk zijn,” zegt Koning, ‘Schaduwtijd gaat niet over mij of mijn vader’. De teksten komen voort uit persoonlijke gevoelens, ook die van de actrices, maar ze zijn overstijgend, zegt Koning. Het gaat niet over concrete voorvallen, maar over het algemene gemis, het verdriet, de abstractie van verliezen. Iedereen moet zich erin kunnen herkennen.

“Ik denk ook dat ik die tien jaar nodig heb gehad om met afstand naar mijn eigen verdriet te kunnen kijken,” zegt Koning. “Als we aan de voorstelling aan het werk waren, dan was ik ook totaal niet met mijzelf bezig, ik dacht helemaal niet over mijn eigen verdriet na.” Twee jaar geleden maakte ze al de voorstelling Vrije Val, bij het Hollandse Nieuwe festival. Die voorstelling ging over zelfmoord. “Toen ik naar de toneelschool ging, een jaar na de dood van mijn vader, hoopte ik al dat ik ooit zulke voorstelling zou kunnen maken,” zegt Koning. “Dat ik dat mooie zou kunnen wat kunst kan doen: iets wat zo verdrietig en pijnlijk en lelijk is, maken tot iets moois waar mensen door geraakt worden.”

Schaduwtijd is te zien van 8 tot en met 10 december 2011 in het MC Theater.

“Ik houd niet van burgerlijke dingen”

Parool, 27 oktober. Rubriek: geld moet rollen

Casper Reinders (41) is horeca ondernemer en verzamelaar van vintage, antiek en rariteiten. Voor zijn eigen zaken, zoals Jimmy Woo, Lion Noir en Ludwig II zocht hij zelf de kunst, de meubels en de decoratiestukken bij elkaar op markten over de hele wereld.

Papoea beelden

“Ik kom uit een familie van verzamelaars, ging van jongs af aan al met mijn moeder antiek kijken. Toen ik vijftien, zestien was ben ik begonnen met Papoea beelden. De voorouderbeeldjes van de Papoeas zien er uit als een soort ruimtewezens, heel mooi. Ik werkte dan de hele zomer bij een hoveniersbedrijf, verdiende ik in de maand iets van duizend gulden. En dat gaf ik uit aan dat soort beeldjes, ze waren zo’n tweehonderd gulden per stuk. Gelukkig heb ik ze nooit verkocht, ik heb ze onlangs terug gezet in mijn kasten.”

 Meest recente aankoop

“Een De Sede bank voor thuis, zo een met die verticale slangencomponenten. In het zwart. Ik heb hem gekocht in Antwerpen. Nieuw, kost ‘ie iets van dertig duizend euro heb ik begrepen. Belachelijk, zou ik zelf nooit kopen. Dit is echt een vintagebank, komt uit de jaren zeventig. In deze staat zou hij in Nederland twintigduizend opleveren. In België was ‘ie vijftien. Omdat ik heel veel bij die mensen kocht, kreeg ik ‘m voor tien. Maar het was eigenlijk voor een klant voor ons. Die besloot dat ‘ie m toch niet kon gebruiken en verkocht hem toen aan mij voor zeven. Zo koop ik ongeveer alles wat ik koop. Mijn geld zit in mijn zaken, dus ik moet slim kopen.”

Straaljager

“Een jaar heb ik hem laten staan in de winkel, zo’n rommelwinkel in De Negen Straatjes. Ik had steeds geen geld, hij was vijfhonderd euro, dacht steeds, mwah ik weet het niet. Maar elke keer als ik ging kijken stond hij er nog. Alsof hij voor mij bestemd was. Het is een model uit de jaren vijftig, zo groot als een onderarm. Die modellen werden door de producent geschonken aan generaals van landen die zo’n vliegtuig bestelden. Voor op je bureau. Ik zou het echt erg vinden als ik hem kwijt raakte, terwijl ik verder niet zoveel aan spullen hecht. Al klinkt dat gek misschien.”

Nog hebben

“Ik wil al vier jaar hele mooie blinds kopen voor onze ramen thuis, daar hangen nu nog Ikea-gordijnen. Ik weet ook precies wat ik wil hebben, maar dat kost best veel geld. En elke keer maak ik dan toch de keus voor zo’n bank bijvoorbeeld. Elke keer is er iets waarvan ik denk: dat is veel gaver, en dan interesseren die gordijnen me in een keer niets meer.”

Piemels

“Mijn motto is: als mijn werkster het eng of bizar vindt, dan is het goed. Ik houd niet van burgerlijke dingen. Dus ik heb ook een hele antieke piemelcollectie uit Thailand. Ik ben zo hetero als ik weet niet wat, dus sommige mensen vinden dat gek. Ik heb ze bijna allemaal gekocht bij antiquairs in Thailand. Een deel van de collectie staat nu in de vitrine van mijn zaak Ludwig II in de Reguliersdwarsstraat. De mooiste vindt ik een piemelketting, die droegen monniken aan hun broek. Die waren voor een mooi leven, veel rijkdom, dat soort dingen. En er liggen allemaal vrouwen over die piemels, heel grappig.”

Lees verder

Jayh wil alles, en r & b als eerste

Parool, half augustus

Na wat stoere rapuitstapjes is de zoete, slicke, bronstige r & b zanger in Jayh weer op de voorgrond met zijn nieuwe album Jayh Jawson. Afgelopen weekend begon zijn promo-tour.

 In de sneakerwinkel kleven wat tienermeisjes tegen de wand. Ze checken meer hun telefoon dan dat ze naar zanger Jayh durven kijken die daar op een meter afstand van hen staat op te treden. Een haag van aangewandelde jongens, sommigen met een halve liter bier in hun hand, staat bij de ingang. Jayh, zanger en rapper uit Amsterdam-Noord is op promotietour voor zijn nieuwe album Jayh Jawson dat op 19 augustus uitkomt, en voor een gympenmerk. Druk is het niet in de winkel in de Amsterdamse Poort. Het regent onafgebroken, het is na sluitingstijd.

Jayh lijkt geen moeite te hebben met de lege ruimte die voor hem ligt. Hij houdt zijn zonnebril op, dat wel, maar verder lijkt hij totaal op zijn gemak. Hij kletst, maakt af en toe een praatje, danst door de ruimte en zingt vol overgave. Dan breekt, midden in een swingend nummer, de haag voor de ingang in twee. Een scootmobiel zoeft de winkel binnen. Erop een grijze dame. Middenin de winkel komt haar mobiel tot stilstand, haar schouders en handen gaan meteen ritmisch de lucht in voor een zittend dansje. Het publiek juicht en lacht. Jayh draagt het volgende nummer aan haar op. “Ik Leef, speciaal voor deze mooie dame.”

Lees verder

Excelsior verhuist naar Amsterdam

Het Parool, 3 mei 2011

Platenlabel Excelsior verhuist van Hilversum naar Amsterdam. Op 1 juli krijgt het label de sleutel van een pand in de Tolhuistuin.

Ook de opnamestudio van Frans Hagenaars, vaste producer van het label, verhuist naar het oude Shellcomplex in Noord, zegt Ferry Roseboom, platenbaas van Excelsior. Beggars, die de Nederlandse publiciteit doet voor labels als XL en Matador, verhuist mee naar hetzelfde pand, het oude Poortwachtershuis achterop het terrein van de Tolhuistuin.

Excelsior is Nederlands belangrijkste label voor alternatieve gitaarmuziek. Acts als Tim Knol, Moss, Spinvis, GEM en Alamo Race Track worden door het label uitgebracht.

Tussen de zalen die eind dit jaar moeten open gaan in de voormalige Shellkantine, die deels geprogrammeerd zullen worden door Paradiso, en de opnamestudio komen kabels te liggen zodat beeld en geluid geregistreerd kunnen worden. Artiesten die in de Tolhuistuin optreden en ook de studio in willen, kunnen op hinkelafstand terecht.

“Ik geloof heel erg in de synergie van de plek,” zegt Roseboom. Hij zag eerder al hoe kleine labels in Duitsland en Frankrijk zich weer midden in de stad vestigden. “Het leek mij ook leuk om op een plek te zitten waar reuring is. Met alle respect voor Hilversum, dat is geen plaats waar je lekker gaat hangen.”

De tijd dat labels dicht bij de media moeten zitten om hun artiesten te slijten is volgens Roseboom voorbij. “Al zal er altijd iemand naar de radiozender moeten blijven rijden.”

Het label bestaat binnenkort vijftien jaar. “Een mooi moment om terug te gaan naar Mokum, waar we begonnen.”