“Ik houd niet van burgerlijke dingen”

Parool, 27 oktober. Rubriek: geld moet rollen

Casper Reinders (41) is horeca ondernemer en verzamelaar van vintage, antiek en rariteiten. Voor zijn eigen zaken, zoals Jimmy Woo, Lion Noir en Ludwig II zocht hij zelf de kunst, de meubels en de decoratiestukken bij elkaar op markten over de hele wereld.

Papoea beelden

“Ik kom uit een familie van verzamelaars, ging van jongs af aan al met mijn moeder antiek kijken. Toen ik vijftien, zestien was ben ik begonnen met Papoea beelden. De voorouderbeeldjes van de Papoeas zien er uit als een soort ruimtewezens, heel mooi. Ik werkte dan de hele zomer bij een hoveniersbedrijf, verdiende ik in de maand iets van duizend gulden. En dat gaf ik uit aan dat soort beeldjes, ze waren zo’n tweehonderd gulden per stuk. Gelukkig heb ik ze nooit verkocht, ik heb ze onlangs terug gezet in mijn kasten.”

 Meest recente aankoop

“Een De Sede bank voor thuis, zo een met die verticale slangencomponenten. In het zwart. Ik heb hem gekocht in Antwerpen. Nieuw, kost ‘ie iets van dertig duizend euro heb ik begrepen. Belachelijk, zou ik zelf nooit kopen. Dit is echt een vintagebank, komt uit de jaren zeventig. In deze staat zou hij in Nederland twintigduizend opleveren. In België was ‘ie vijftien. Omdat ik heel veel bij die mensen kocht, kreeg ik ‘m voor tien. Maar het was eigenlijk voor een klant voor ons. Die besloot dat ‘ie m toch niet kon gebruiken en verkocht hem toen aan mij voor zeven. Zo koop ik ongeveer alles wat ik koop. Mijn geld zit in mijn zaken, dus ik moet slim kopen.”

Straaljager

“Een jaar heb ik hem laten staan in de winkel, zo’n rommelwinkel in De Negen Straatjes. Ik had steeds geen geld, hij was vijfhonderd euro, dacht steeds, mwah ik weet het niet. Maar elke keer als ik ging kijken stond hij er nog. Alsof hij voor mij bestemd was. Het is een model uit de jaren vijftig, zo groot als een onderarm. Die modellen werden door de producent geschonken aan generaals van landen die zo’n vliegtuig bestelden. Voor op je bureau. Ik zou het echt erg vinden als ik hem kwijt raakte, terwijl ik verder niet zoveel aan spullen hecht. Al klinkt dat gek misschien.”

Nog hebben

“Ik wil al vier jaar hele mooie blinds kopen voor onze ramen thuis, daar hangen nu nog Ikea-gordijnen. Ik weet ook precies wat ik wil hebben, maar dat kost best veel geld. En elke keer maak ik dan toch de keus voor zo’n bank bijvoorbeeld. Elke keer is er iets waarvan ik denk: dat is veel gaver, en dan interesseren die gordijnen me in een keer niets meer.”

Piemels

“Mijn motto is: als mijn werkster het eng of bizar vindt, dan is het goed. Ik houd niet van burgerlijke dingen. Dus ik heb ook een hele antieke piemelcollectie uit Thailand. Ik ben zo hetero als ik weet niet wat, dus sommige mensen vinden dat gek. Ik heb ze bijna allemaal gekocht bij antiquairs in Thailand. Een deel van de collectie staat nu in de vitrine van mijn zaak Ludwig II in de Reguliersdwarsstraat. De mooiste vindt ik een piemelketting, die droegen monniken aan hun broek. Die waren voor een mooi leven, veel rijkdom, dat soort dingen. En er liggen allemaal vrouwen over die piemels, heel grappig.”

Lees verder

Kunst kijken zonder poeha

Parool, 24 maart 2011

Kunstenaars die hangen tussen kunstacademie en chique grachtengalerie krijgen steeds meer plekken om te exposeren, buiten het centrum. “We wilden niet wachten op niks, maar het zelf doen.”

“Tataa, Kunst!”, roept Olga van den Berg als ze de deur opent van een ruimte die vandaag, vijf dagen later, getransformeerd zal zijn tot galerie. De figuratieve schilderijen in sobere kleuren van mede-initiatiefnemer Jeroen Blankert staan rommelig door de kleine, witte ruimte aan het Hugo de Grootplein. Twee in was gegoten dameskleding stukken hangen, met lijst erom heen, aan het systeemplafond. Blankert: “Als we die emmer jam daar onder zetten gaat het er wel heel ongesteld uitzien.” Het is duidelijk: om kunst wordt hier niet gewichtig gedaan.

Vandaag opent het pand waar vroeger een kledingzaak zat als expositieruimte Foie Gras. Eigenlijk waren Van den Berg en Blankert, die samen ook De Nieuwe Anita runnen, kroeg, podium en feestzaal ineen, op zoek naar een atelier en opslagruimte. “Maar het is zo’n toffe plek, daar willen we dan toch iets meer mee doen,” zegt Van den Berg. Dus wordt Foie Gras nu behalve de plek die ze voor zichzelf zochten een plek voor kunstenaars en publiek. Op het erfje erachter komt een heuse beeldentuin.

 

Twee keer in de maand willen ze een nieuwe expositie openen die dan nog vijf dagen blijft hangen. De plekken in de etalage gaan ze mogelijk aan kunstenaars verhuren. “Misschien komt het kapitaalkrachtige publiek niet naar binnen, maar lopen ze er wel voorbij,” grijnst Blankert.

Aan kunstenaars die willen exposeren geen gebrek, verwachten de twee. Ook in De Nieuwe Anita hangt steevast kunst aan het drukke behang, van mensen die ze zelf uitzoeken of kunstenaars die zich zelf aanmelden. Aukje Dekker was verbaasd hoe snel kunstenaars haar wisten te vinden na de eerste expositie van het Eddie the Eagle Museum in de Tolhuistuin in Noord. “We begonnen ermee omdat er niet meer zo veel te doen was in de stad. We dachten: we moeten niet gaan zitten wachten op niks, we moeten het zelf doen.” Meer mensen bleken hongerig, want kunstenaars boden zich al vanaf het begin aan om ook eens mee te doen.

Lees verder

De klare lijnen en grappen van Stefan Glerum

Parool, 24 februari 2010

Rechte lijnen met kroontjespen, en geometrische figuren, ingekleurd met ecoline of de computer. Maar in de georganiseerde wereld van Stefan Glerum zit altijd een grapje.

Stefan Glerum (27) grapt graag met vrienden, een scheut ironie erbij, over exorbitant succes en rijkdom, in de hiphopcliché’s. Vandaar de stapeltjes klinkende munten, een champagne fles, een ring met diamant en een velg, die steeds terugkomen zijn serie High Rollers Only. De serie is, met ouder werk, te zien in de solo-expositie High Rollers Only in galerie Artpocalypse Collective in de Tweede Laurierdwarsstraat. Op de poster die hij voor de expo maakte staan die nieuwerwetse symbolen op een ouderwets schild, omringd door een ouderwetse sportwagen, dobbelstenen en kreeften. Eronder gedrapeerd een gouden horloge dat op ‘kwart over party’ staat.

Glerum houdt van Art-Deco, de klare lijn zoals Kuifje tekenaar Hergé en Joost Swarte die gebruiken en Bauhaus. Die stijlen combineert hij met zijn eigen leven en fantasiewereld. Met potlood tekent hij een grid. Dan schets hij er met potlood zijn tekening overheen, waarna hij het definitief maakt met kroontjespen. Daarna kleurt hij in met ecoline. Of met de computer.

De Amsterdammer is illustrator, vormgever, kunstenaar. “Waar het een begint en ophoudt is mij ook niet duidelijk.” Nadat hij in 2008 afstudeerde aan de Sint Joost Academie in Breda keerde hij terug naar Amsterdam. In korte tijd heeft hij zich tot bekendheid getekend. De Paroollezer kent hem van de cover die hij maakte voor de Scholengids van vorig jaar. Glerum begon met het maken van flyers voor feesten van vrienden. “Ik tekende toen nog met potlood, maar dat werkt niet voor flyers. Het moest meer schreeuwen. Toen heb ik de kroontjespen weer gepakt. Ben ik ermee gaan spelen. In de nabewerking is er ook meer mee mogelijk.”

Lees verder

De sprookjeswereld van textiel van Deux d’Amsterdam

Parool, 15 februari 2011

Deux d’Amsterdam maakt fantastische kostuums en performances. Met het nachtleven is de tweeling nu wel klaar. Tijd voor meer verdieping met textiel.

Een taartje ter grote van een koelkast bolt uit de stellingkast. Eronder rijen gestickerde dozen: ‘haar rood’, ‘haar zwart’, ‘pruiken licht & gekleurd’. Er is een doos met rapunselhaar. En onder de enorme knuffelberenhoofden staan dozen slips en korsetten. Het is het atelier van Deux d’Amsterdam, het bedrijf van de eeneiige tweeling Maaike en Sasja Strengholt (37). Ze handelen in performances met textiel, en maken alle kostuums zelf. Dat kan zijn een meisje met zo’n berenkop op die drank uitdeelt op een feestje, maar liefst maken ze uitbundigere performances. Zoals vorig jaar op Mysteryland. Toen dat taartje om een meisje zat en het taartje met andere levende cakejes, ijsjes en een chocoladereep over het festivalterrein paradeerde.

“Deux d’Amsterdam creëert een sprookjeswereld,” zegt stylist Marije Goekoop. Zij werkte met Deux d’Amsterdam onder andere aan opdrachten voor Vlisco, de Nederlandse maker van Afrikaanse stoffen. “Het leven kan grijs zijn, maar als je dan opeens een meisje als taartje of bolletje wol voorbij ziet lopen, wordt je vrolijk. Het is zoals de wereld van Tim Walker, een Engelse modefotograaf. Ik denk dat zij perfect voor elkaar zouden zijn.”

Lees verder

Maskers: geen superster maar superheld

Artikel Kunstbijlage Parool 3 maart met Sander Kerkhof

Doom, The Bloody Beetroots en Redshape: drie artiesten die gemaskerd optreden tijdens het dancefestival 5daysoff dat vanavond begint. Een mysterieus uiterlijk brengt steevast de geruchtenmachine opgang. Fijne reclame.

Gaat donderdag de echte Doom schuil achter het masker, of betreedt een nepperd het podium tijdens 5daysoff? Fans vroegen de afgelopen weken Paradiso om een garantie de echte Doom, Amerikaanse undergroundrapper, te zullen zien optreden. En om de verzekering geld terug te kunnen krijgen als iemand anders met het stalen gezichtsmasker de microfoon zou vasthouden.

“De geruchten op internet over een nepDoom verspreiden zich als een kankergezwel,” zegt Kees Heus van Paradiso, die de rapper geboekt heeft. “Maar we weten zeker dat we de echte Doom hebben. We hebben een werkvisum geregeld dus we hebben een kopie van zijn paspoort.”

Daniel Dumile, zoals Doom echt heet, had al voor hij twaalf jaar geleden gemaskerd ging optreden een cultstatus bereikt met de groep KMD, maar het stalen masker heeft bijgedragen aan het mysterie rond de artiest en de spanning die hangt rond zijn schaarse shows. Dat geldt ook voor de andere twee gemaskerde artiesten die optreden tijdens het electronische muziekfestival in Paradiso en de Melkweg. De Duitse technoproducer Redshape, met een masker van een glad, glanzend rood expressieloos gezicht, en het Italiaanse springpunkhouse duo The Bloody Beetroots die zich op het podium nooit laten zien zonder hun zwarte nylonkousen met witte driehoeken over de ogen, krijgen extra aandacht juist omdat ze hun gezicht niet laten zien.

Lees verder

Zweterig backstage terwijl het publiek juicht

e5b9283_6630_4879_bec5_444356d2fd6d

Credit: Daniel Cohen. Mark Ronson backstage.

Parool, 6 oktober 2009

Concentratie, ontlading, zweet. Fotograaf Daniel Cohen stond ruim twee jaar achter het podium van Paradiso en de Melkweg. Om artiesten vast
te leggen in het moment tussen show en toegift.

De zanger van Kula Shaker kijkt doods de camera in. Zweet druipt van zijn gezicht, stropdas is losgetrokken. Pupillen gigantisch. Deze man is heel erg aan de dope, of heeft tijdens de show zoveel gegeven dat er niets van hem over is. Dit is wat fotograaf Daniel Cohen (30) voor ogen had toen hij zijn eerste fotoproject begon: het kwetsbare en glorieuze moment vastleggen tussen het laatste nummer van de show en de toegift. Het moment dat de zaal staat te juichen om meer, en de artiest even kan ontspannen. Of juist zijn best moet doen om de concentratie vast te houden. Zoals Mark Ronson, die, geleund tegen een muur, staart naar het niets terwijl hij een dik donker brouwsel drinkt uit een glas. “Op de achtergrond is een ruzie aan het ontstaan,” vertelt Cohen. “Tussen de muzikanten onderling. Vlak na de foto gaat Ronson zich ermee bemoeien.”
Heel dichtbij is Cohen gekomen. Tegen de zeventig artiesten heeft hij vastgelegd in de donkere gangetjes vlak achter de podia. Elke keer ging hij ’s middags naar Paradiso of de Melkweg. Soms stuurde productie van de zaal hem al weg: gaat toch niet lukken met deze groep. Maar meestal introduceerde de zaal Cohen bij de tourmanager. Zodat hij kon vertellen over zijn project. Hoe langer hij bezig was, hoe makkelijker het ging. Tot ze soms alleen nog maar wilden weten: wie heb je al gedaan? En als hij dan zei: Sinead O’Connor, Maceo Parker, Chaka Khan en The Kooks, dan was het al goed. Hoefde ze de foto’s niet eens te zien. “Dat vond ik wel jammer, ik wilde dan ook graag mijn kindje laten zien.”

Lees verder

Delta is de tags ver voorbij

Artikel kunstbijlage Parool, 8 juli 2009

bluediversions

Beeldend kunstenaar Delta is genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunsten, ook al is zijn werk weinig in Amsterdam te zien. ‘ Dat vind ik wel lekker. Afstand tussen waar je werkt en waar je woont.’

Delta (Boris Tellegen, 40) werkt met rechthoekige vlakken op het platte doek, in houten sculpturen, in filmpjes, met stukjes karton over elkaar geplakt. “Een vriend vroeg mij een keer: ‘ word je daar niet eens moe van, steeds weer hetzelfde te maken?’ Maar zo zie ik het niet. Door één ding te doen, kan ik juist steeds dieper gaan. ”

Voor zijn futuristische werk met vlakken die ook op doek in duizelingwekkend 3D verspringen, is Tellegen genomineerd voor de Amsterdamprijs, een prijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, ter waarde van 35.000 euro. Genomineerden worden ‘ beoordeeld op kwaliteit, innovativiteit en internationale ambitie’. Jaarlijks wordt de prijs uitgereikt aan drie ‘ kunstenaars of instellingen die een bijzondere bijdrage leveren aan de kunsten in Amsterdam’. De winnaars zullen worden bekendgemaakt op 27 augustus.

Dat Tellegen genomineerd is, is opmerkelijk. Want hoewel hij in Amsterdam gevestigd is, en zich in de jaren tachtig en negentig als graffitischrijver in de straten van Amsterdam heeft ontwikkeld, is zijn werk hier nauwelijks te zien geweest. De kunstenaar heeft een atelier in het Veemgebouw in de Van Diemenstraat, maar wordt vertegenwoordigd door galeries in Brussel en Londen. In Amsterdam was hij de afgelopen jaren slechts een weekje te zien, met onder anderen kunstenaar en oud-graffitimaatje Shoe, in Pakhuis De Zwijger. “Dat ik bijna niet in Amsterdam te zien ben, vind ik juist wel lekker, ” zegt Tellegen in zijn atelier. “Dat je een beetje afstand houdt tussen daar waar je werkt en daar waar je woont. Na een opening ga je naar huis en kan je het gemakkelijk van je afzetten. ”

Lees verder