Zelf je fruit plukken, nu ook voor Amsterdammers

Voor het Parool schreef ik een stuk over Fruittuin van West, helemaal aan het uiteindje van Amsterdam. Ik was er op een snikhete zomerdag, de bomen geven nog weinig schaduw en de bio-supermarkt met proeflokaal was nog niet af, maar zelfs toen was het er al prachtig en goed toeven.
Lees het hier op Blendle.

“Wij willen laten zien dat je wat kunt bereiken”

Parool, 7 december 2011

Vier Nederlands-Antilliaanse rappers gingen naar Curaçao om de kleine hiphopscene daar vooruit te helpen. En om zelf te leren. “Die tambú van de slaven, dat is gewoon hiphop man.”Image

Van een mistig en koud Nederland staan rappers Fresku en Gikkels anderhalve dag later op een schoolplein waar de lucht boven de grond trilt. Terwijl de zon op hen in hakt en de zweetdruppels langs de slapen parelen, bouwen scholieren van het KAP College een geluidsset op. Wanneer de bel van de pauze gaat stromen de leerlingen naar buiten, het plein op. De achterbak van een witte gedeukte auto vouwt zich uit tot broodjeskraam. Gikkels en Fresku, uit Amsterdam en Eindhoven, beginnen de eerste schoolpleinsessie van de vele deze week in Willemstad. Onwennig eerst nog, want kennen deze leerlingen hun wel? Weten ze wel dat ze op gaan treden? En verstaan ze wel Nederlands? Hoe goed kunnen ze deze jongeren, die zo op hen lijken, maar toch zo anders zijn, inschatten?

Lees verder

“Ik houd niet van burgerlijke dingen”

Parool, 27 oktober. Rubriek: geld moet rollen

Casper Reinders (41) is horeca ondernemer en verzamelaar van vintage, antiek en rariteiten. Voor zijn eigen zaken, zoals Jimmy Woo, Lion Noir en Ludwig II zocht hij zelf de kunst, de meubels en de decoratiestukken bij elkaar op markten over de hele wereld.

Papoea beelden

“Ik kom uit een familie van verzamelaars, ging van jongs af aan al met mijn moeder antiek kijken. Toen ik vijftien, zestien was ben ik begonnen met Papoea beelden. De voorouderbeeldjes van de Papoeas zien er uit als een soort ruimtewezens, heel mooi. Ik werkte dan de hele zomer bij een hoveniersbedrijf, verdiende ik in de maand iets van duizend gulden. En dat gaf ik uit aan dat soort beeldjes, ze waren zo’n tweehonderd gulden per stuk. Gelukkig heb ik ze nooit verkocht, ik heb ze onlangs terug gezet in mijn kasten.”

 Meest recente aankoop

“Een De Sede bank voor thuis, zo een met die verticale slangencomponenten. In het zwart. Ik heb hem gekocht in Antwerpen. Nieuw, kost ‘ie iets van dertig duizend euro heb ik begrepen. Belachelijk, zou ik zelf nooit kopen. Dit is echt een vintagebank, komt uit de jaren zeventig. In deze staat zou hij in Nederland twintigduizend opleveren. In België was ‘ie vijftien. Omdat ik heel veel bij die mensen kocht, kreeg ik ‘m voor tien. Maar het was eigenlijk voor een klant voor ons. Die besloot dat ‘ie m toch niet kon gebruiken en verkocht hem toen aan mij voor zeven. Zo koop ik ongeveer alles wat ik koop. Mijn geld zit in mijn zaken, dus ik moet slim kopen.”

Straaljager

“Een jaar heb ik hem laten staan in de winkel, zo’n rommelwinkel in De Negen Straatjes. Ik had steeds geen geld, hij was vijfhonderd euro, dacht steeds, mwah ik weet het niet. Maar elke keer als ik ging kijken stond hij er nog. Alsof hij voor mij bestemd was. Het is een model uit de jaren vijftig, zo groot als een onderarm. Die modellen werden door de producent geschonken aan generaals van landen die zo’n vliegtuig bestelden. Voor op je bureau. Ik zou het echt erg vinden als ik hem kwijt raakte, terwijl ik verder niet zoveel aan spullen hecht. Al klinkt dat gek misschien.”

Nog hebben

“Ik wil al vier jaar hele mooie blinds kopen voor onze ramen thuis, daar hangen nu nog Ikea-gordijnen. Ik weet ook precies wat ik wil hebben, maar dat kost best veel geld. En elke keer maak ik dan toch de keus voor zo’n bank bijvoorbeeld. Elke keer is er iets waarvan ik denk: dat is veel gaver, en dan interesseren die gordijnen me in een keer niets meer.”

Piemels

“Mijn motto is: als mijn werkster het eng of bizar vindt, dan is het goed. Ik houd niet van burgerlijke dingen. Dus ik heb ook een hele antieke piemelcollectie uit Thailand. Ik ben zo hetero als ik weet niet wat, dus sommige mensen vinden dat gek. Ik heb ze bijna allemaal gekocht bij antiquairs in Thailand. Een deel van de collectie staat nu in de vitrine van mijn zaak Ludwig II in de Reguliersdwarsstraat. De mooiste vindt ik een piemelketting, die droegen monniken aan hun broek. Die waren voor een mooi leven, veel rijkdom, dat soort dingen. En er liggen allemaal vrouwen over die piemels, heel grappig.”

Lees verder

Jayh wil alles, en r & b als eerste

Parool, half augustus

Na wat stoere rapuitstapjes is de zoete, slicke, bronstige r & b zanger in Jayh weer op de voorgrond met zijn nieuwe album Jayh Jawson. Afgelopen weekend begon zijn promo-tour.

 In de sneakerwinkel kleven wat tienermeisjes tegen de wand. Ze checken meer hun telefoon dan dat ze naar zanger Jayh durven kijken die daar op een meter afstand van hen staat op te treden. Een haag van aangewandelde jongens, sommigen met een halve liter bier in hun hand, staat bij de ingang. Jayh, zanger en rapper uit Amsterdam-Noord is op promotietour voor zijn nieuwe album Jayh Jawson dat op 19 augustus uitkomt, en voor een gympenmerk. Druk is het niet in de winkel in de Amsterdamse Poort. Het regent onafgebroken, het is na sluitingstijd.

Jayh lijkt geen moeite te hebben met de lege ruimte die voor hem ligt. Hij houdt zijn zonnebril op, dat wel, maar verder lijkt hij totaal op zijn gemak. Hij kletst, maakt af en toe een praatje, danst door de ruimte en zingt vol overgave. Dan breekt, midden in een swingend nummer, de haag voor de ingang in twee. Een scootmobiel zoeft de winkel binnen. Erop een grijze dame. Middenin de winkel komt haar mobiel tot stilstand, haar schouders en handen gaan meteen ritmisch de lucht in voor een zittend dansje. Het publiek juicht en lacht. Jayh draagt het volgende nummer aan haar op. “Ik Leef, speciaal voor deze mooie dame.”

Lees verder

Elk festival zijn eigen muntje

Parool, zomer 2011

Zomer is festivalseizoen, en dat betekent dat op allerlei omheinde terreinen een eigen valuta wordt uitgeroepen. Elk feest heeft zijn eigen festivalmuntje, dat slechts tijdelijk iets waard is. Waarom eigenlijk?

Elke festivalganger kent dit moment: net als je het terrein af bent, ontdek je nog twee muntjes in je kontzak. Toch mooi twee keer ruim twee euro die prompt veranderen in waardeloos plastic. Thuis belanden de plastic vierkantjes of rondjes in de fruitschaal, waar ze de bodem zoeken bij al die andere festivalmuntjes die hun kans hebben gemist drank te worden. Waarom roepen steeds meer plekken hun eigen valuta uit? En wat de vindt de festivalganger er van?

Couponnen, bonnetjes, het systeem van één centraal afrekenpunt bestaat al heel lang, zegt Michiel Fransen, managing director van Dutchband. “Vooral in Nederland en België is dat al heel lang normaal.” Dat er op steeds meer munten komen, komt doordat er steeds meer festivals komen, zegt Fransen. En doordat andere plekken zien hoe het op festivals werkt, nemen andere lokaties het eigen, tijdelijke betaalsysteem over. Dutchband begon in 2001 en is inmiddels de grootste producent van Nederlandse festivalmuntjes, naar eigen zeggen voorzien ze tachtig procent van de muntjesmarkt in Nederland, en kan een miljoen muntjes per dag produceren in hun drukkerij. Het kantoor zit in Amsterdam, Dutchband probeert uit te breiden Europa in. Eerder deze zomer ging een Brits metalfestival over stag. “Daar werkten ze voorheen met bonnetjes die nat worden en aan elkaar blijven plakken,” zegt Fransen. In Duitsland gaat het vaak nog contant. “Ik was er laatst op een festival, hartstikke dikke rijen bij de bar.”

Lees verder

Excelsior verhuist naar Amsterdam

Het Parool, 3 mei 2011

Platenlabel Excelsior verhuist van Hilversum naar Amsterdam. Op 1 juli krijgt het label de sleutel van een pand in de Tolhuistuin.

Ook de opnamestudio van Frans Hagenaars, vaste producer van het label, verhuist naar het oude Shellcomplex in Noord, zegt Ferry Roseboom, platenbaas van Excelsior. Beggars, die de Nederlandse publiciteit doet voor labels als XL en Matador, verhuist mee naar hetzelfde pand, het oude Poortwachtershuis achterop het terrein van de Tolhuistuin.

Excelsior is Nederlands belangrijkste label voor alternatieve gitaarmuziek. Acts als Tim Knol, Moss, Spinvis, GEM en Alamo Race Track worden door het label uitgebracht.

Tussen de zalen die eind dit jaar moeten open gaan in de voormalige Shellkantine, die deels geprogrammeerd zullen worden door Paradiso, en de opnamestudio komen kabels te liggen zodat beeld en geluid geregistreerd kunnen worden. Artiesten die in de Tolhuistuin optreden en ook de studio in willen, kunnen op hinkelafstand terecht.

“Ik geloof heel erg in de synergie van de plek,” zegt Roseboom. Hij zag eerder al hoe kleine labels in Duitsland en Frankrijk zich weer midden in de stad vestigden. “Het leek mij ook leuk om op een plek te zitten waar reuring is. Met alle respect voor Hilversum, dat is geen plaats waar je lekker gaat hangen.”

De tijd dat labels dicht bij de media moeten zitten om hun artiesten te slijten is volgens Roseboom voorbij. “Al zal er altijd iemand naar de radiozender moeten blijven rijden.”

Het label bestaat binnenkort vijftien jaar. “Een mooi moment om terug te gaan naar Mokum, waar we begonnen.”

Nachtburgemeester: ‘dieptepunt vertrutting voorbij’.

Parool, 27 april 2011

Uitgaanders in Amsterdam geven het hoofdstedelijke nachtleven een 6,6. Dat blijkt uit de Nachtmonitor die nachtburgemeester Isis vandaag presenteert aan de burgemeester.

Paradiso is verreweg de populairste club, gevolgd door Trouw en Studio 80. Het gemiddelde bedrag dat op een nacht uitgegeven wordt is 56 euro. En over het aanbod van kroegen en café’s zijn meer mensen zeer tevreden (63% van de ondervraagden) dan over de clubs in de stad (47%).

Nachtburgemeester Isis van der Wel liet het onderzoek uitvoeren door onder meer The Choice, bureau voor marktonderzoek. Ruim 2200 mensen, van zowel binnen als buiten de hoofdstad, vulden de internet-enquete met vragen over het Amsterdamse nachtleven in. Deelnemers werden geworven via allerlei media.

Opvallend is dat, ondanks de regelmatige berichten over geweld in het uitgaansleven, slechts 5% van de ondervraagden zich onveilig voelt ’s nachts. Homoseksuelen voelen zich wel vaker onveilig (11%) dan heteroseksuelen (4%). Dat ruim de helft (58%) in het afgelopen jaar wel eens (verbaal) geweld heeft meegemaakt doet daar kennelijk niks aan af. De ingrepen van de overheid om de openbare ruimte veiliger te maken wordt verschillend beoordeeld. Bijna de helft (48%) van de mensen die de enquete invulde voelden zich helemaal niet veiliger door camera toezicht, 33% wel. Bijna de helft (44%) denkt dat de veiligheid toeneemt als de politie preventief fouilleert.

INTERVIEW

Isis van der Wel, ook bekend als dj Isis, werd in februari 2010 voor twee jaar verkozen tot nachtburgemeester van Amsterdam. Met de Nachtmonitor wil ze iets tastbaars hebben om mee naar de beleidsmakers te stappen.

Met welke uitkomsten sta je straks sterk bij wethouders?

“Het is goed om te kunnen laten zien dat 86% van de mensen die uitgaan in Amsterdam voorstander is van de verruiming van de openingstijden. De beslissing van de gemeente om dat te doen komt dus als geroepen.”

Met welke cijfers ga je nog meer zwaaien?

“Mensen hebben aangegeven dat ze outdoorfestivals (94%) en Koninginnenacht (91%) heel belangrijk vinden. Ik begrijp goed dat de overheid iets moet met de dronken massa die zich misdraagt, maar het kan niet zo zijn dat daarom de vrijheid van Amsterdammers ingeperkt wordt. Dat Koninginnenacht om vier uur moet ophouden, en er maar één alcoholische consumptie per persoon verkocht mag worden. Ik wil hameren op het belang van een vrij moment in het jaar, van een nacht en dag waarop mensen de touwtjes kunnen laten vieren.”

Het raportcijfer is in de Nachtmonitor helaas niet uitgesplitst naar leeftijd. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is dertig, best oud voor uitgaanspubliek. Zitten er niet veel mensen tussen die het allemaal al wel gezien hebben?

“Het zou interessant zijn om de rapportcijfers naar leeftijd uit te splitsen. Ik ga kijken of we die gegevens nog kunnen destilleren.”

Lees verder

Kunst kijken zonder poeha

Parool, 24 maart 2011

Kunstenaars die hangen tussen kunstacademie en chique grachtengalerie krijgen steeds meer plekken om te exposeren, buiten het centrum. “We wilden niet wachten op niks, maar het zelf doen.”

“Tataa, Kunst!”, roept Olga van den Berg als ze de deur opent van een ruimte die vandaag, vijf dagen later, getransformeerd zal zijn tot galerie. De figuratieve schilderijen in sobere kleuren van mede-initiatiefnemer Jeroen Blankert staan rommelig door de kleine, witte ruimte aan het Hugo de Grootplein. Twee in was gegoten dameskleding stukken hangen, met lijst erom heen, aan het systeemplafond. Blankert: “Als we die emmer jam daar onder zetten gaat het er wel heel ongesteld uitzien.” Het is duidelijk: om kunst wordt hier niet gewichtig gedaan.

Vandaag opent het pand waar vroeger een kledingzaak zat als expositieruimte Foie Gras. Eigenlijk waren Van den Berg en Blankert, die samen ook De Nieuwe Anita runnen, kroeg, podium en feestzaal ineen, op zoek naar een atelier en opslagruimte. “Maar het is zo’n toffe plek, daar willen we dan toch iets meer mee doen,” zegt Van den Berg. Dus wordt Foie Gras nu behalve de plek die ze voor zichzelf zochten een plek voor kunstenaars en publiek. Op het erfje erachter komt een heuse beeldentuin.

 

Twee keer in de maand willen ze een nieuwe expositie openen die dan nog vijf dagen blijft hangen. De plekken in de etalage gaan ze mogelijk aan kunstenaars verhuren. “Misschien komt het kapitaalkrachtige publiek niet naar binnen, maar lopen ze er wel voorbij,” grijnst Blankert.

Aan kunstenaars die willen exposeren geen gebrek, verwachten de twee. Ook in De Nieuwe Anita hangt steevast kunst aan het drukke behang, van mensen die ze zelf uitzoeken of kunstenaars die zich zelf aanmelden. Aukje Dekker was verbaasd hoe snel kunstenaars haar wisten te vinden na de eerste expositie van het Eddie the Eagle Museum in de Tolhuistuin in Noord. “We begonnen ermee omdat er niet meer zo veel te doen was in de stad. We dachten: we moeten niet gaan zitten wachten op niks, we moeten het zelf doen.” Meer mensen bleken hongerig, want kunstenaars boden zich al vanaf het begin aan om ook eens mee te doen.

Lees verder

Mason geeft het publiek wat om naar te kijken

Parool, maart 2011

Dj’s, daar zijn de mensen op uit gekeken, denkt het dance duo Mason. Dus lieten ze een lichtgevende aap bouwen en stappen ze met een elektrische klarinet het podium op.

Een live-set door een producer blijft een raar ding. Hij staat op een podium live muziek te maken met zijn laptop, maar het publiek ziet er nauwelijks wat van. “Het gebeurt gewoon dat je live bezig bent en iemand een verzoeknummer komt aanvragen,” zegt Coen Berrier (31) de ene helft van het Amsterdamse dance duo Mason. Om wat duidelijker te maken dat er live muziek gemaakt wordt, en niet wat plaatjes van anderen gedraaid worden, gaat Mason met een dikke show toeren in plaats van alleen met laptops. “Als je er een elektrische klarinet bijpakt om een baslijn te spelen, zie je mensen elkaar aanstoten en wijzen,” zegt Berrier. “Mensen vinden dat tof. Het is meer entertainment.” De andere helft van het duo, Iason Chronis (31), weet precies wat het effect van een klassiek instrument tijdens een dance-show kan doen. Als violist toerde hij al mee met Tiësto om met dramatische riedels de mensenmassa’s tot een extra uitbarsting te spelen.

Mason is een naam die gebruikt wordt voor verschillende projecten. Als duo maken ze muziek in hun studio in het Westelijk Havengebied. Die brengen ze onder meer uit op hun eigen label Animal Language. Hun grote internationale hit Exceeder stamt uit 2006. Als dj Mason gaat Chronis in zijn eentje langs clubs in binnen en buitenland om daar sets te draaien met vooral electro en house muziek. En nu gaan ze weer, net als een aantal jaar geleden onder de naam Mason & The Maker, met zijn tweeën optreden, met de Mason Live Show. Tijdens de première van de show, eind februari in de Sugar Factory, presenteerden ze ook hun eerste volledige album They are among us. Ze dopen hun album ook nog in Antwerpen, Londen en Keulen.

Met het album dat deels gevuld is met popliedjes en een liveshow met instrumenten stapt Mason uit hun eigen klassieke dance-hoek waar enkel beats en laptops de toon zetten. Het duo gelooft dat het publiek na twintig jaar dj’s wel uitgekeken is op een gast achter knoppen. Het duo heeft een aap laten bouwen die licht geeft, de zogenaamde Baboon Booth. “We hadden ook lasers en knipperende lichtjes kunnen doen, maar die heeft iedereen al,” zegt Berrier. De lichten van de baboon en de lichten van de club worden gekoppeld aan geluidjes in de computers van het duo, net als de beelden voor op de schermen. Dus als Chronis bijvoorbeeld de knop van de snare-drum indrukt flitst het licht geel. Als Berrier tien minuten lang een geluidje loopt, draait een rood licht in een herhalend patroon mee. “Wat waaraan gekoppeld zit, daar zullen we nog wel mee blijven experimenteren,” zegt Berrier. “Tijdens een van de try-outs vielen alle lichten even uit. Maar mensen vonden het plotse donker geweldig, begonnen te gillen. Dat houden we er dus in.”

Lees verder