“Wij willen laten zien dat je wat kunt bereiken”

Parool, 7 december 2011

Vier Nederlands-Antilliaanse rappers gingen naar Curaçao om de kleine hiphopscene daar vooruit te helpen. En om zelf te leren. “Die tambú van de slaven, dat is gewoon hiphop man.”Image

Van een mistig en koud Nederland staan rappers Fresku en Gikkels anderhalve dag later op een schoolplein waar de lucht boven de grond trilt. Terwijl de zon op hen in hakt en de zweetdruppels langs de slapen parelen, bouwen scholieren van het KAP College een geluidsset op. Wanneer de bel van de pauze gaat stromen de leerlingen naar buiten, het plein op. De achterbak van een witte gedeukte auto vouwt zich uit tot broodjeskraam. Gikkels en Fresku, uit Amsterdam en Eindhoven, beginnen de eerste schoolpleinsessie van de vele deze week in Willemstad. Onwennig eerst nog, want kennen deze leerlingen hun wel? Weten ze wel dat ze op gaan treden? En verstaan ze wel Nederlands? Hoe goed kunnen ze deze jongeren, die zo op hen lijken, maar toch zo anders zijn, inschatten?

De rappers zijn op Curaçao, van 20 – 29 november, voor het project Anti-Xchange. Het project is opgezet door Miriam Sluis, die correspondent was voor NRC en NOS, boeken schreef over de Nederlandse Antillen, en nu onder meer Stichting Kultivo Miksto runt. “We willen het zelfbeeld van de Curaçaose jeugd beïnvloeden,” zegt Sluis. “Veel jongeren hier denken dat ze beperkte mogelijkheden hebben. We willen laten zien dat je wel wat kan bereiken. En dat je iets te melden hebt, en dat ook mag en kan zeggen.” Het is moeilijk om hier je kop boven het maaiveld uit te steken, zegt Sluis. Wie zich uitspreekt, krijgt vaak meteen kritiek. “Het zou goed zijn als jongeren dat wel durven.”

Belangrijk onderdeel van het project is dan ook om de Curaçaose jeugd zelf te enthousiasmeren om verder te gaan met rap en een podium te bieden. Dus nadat Gikkels en Fresku allebei een paar nummer hebben gedaan, inmiddels is de halve school uit de schaduw gelokt en staan de leerlingen in een cirkel om hen heen, vragen ze of er ook beatboxers op het schoolplein staan. En rappers. Eerst wat schuchter grijpt een aantal jongeren hun kans. De school gilt en schreeuwt, tot aan de balustrades aan toe. De bel gaat, maar de muziek gaat nog even door. En daarna is er tijd voor heel veel foto’s en voor handtekeningen. Want de leerlingen kennen Gikkels en vooral Fresku inderdaad. En het Nederlands van de leerlingen hier was goed. “Ik weet dat dat niet op alle scholen zo is, ik heb ook op een school gezeten waar de kinderen bijna alleen maar Papiaments spraken,” zegt Fresku die in zijn jeugd zeven jaar op het eiland heeft woonde. Op het schoolplein van het PAK College sprak hij de leerlingen in het Nederlands toe, later in de week schakelt hij, ook in de workshops die hij geeft, over op de lokale taal.

In de auto, op weg het mooie grote huis met tuin en zwembad waar alle rappers slapen, volgt de ontlading van de eerste schoolpleinsessie. “Wij zijn scheppers man,” zegt Fresku. Gikkels: “Een jaar geleden bedachten we dit, en nu zitten we hier, nu doen we het.”

De rappers, behalve Fresku en Gikkels ook Adje (Amsterdam) en Hef (Hoogvliet), plus videomaker Selwyn de Wind en Robert Coblijn, de oprichter van Bijlmer Style (label, evenementenorganisatie, politieke partij in Zuidoost), zijn niet zomaar ingevlogen om een programmaatje te volgen. Ze hebben zelf mede het programma vormgegeven. Het is net zo goed hun missie, als die van de stichting. “Wij zijn hier om iets te doen voor onze mensen,” zegt Hef als Sluis een dag later vraagt of ze zin hebben om op nòg een school op te treden. Inmiddels staan er zes op het programma. “Tuurlijk, willen we dat. We zijn hier niet om te chillen, we willen werken,” zegt Adje.

Allemaal voelen ze zich verbonden met het eiland. Fresku is er het meest thuis omdat hij er zo lang gewoond heeft. Hef is er alleen geweest als baby. “Kijk die salamander, die loopt gewoon tegen de muur op!” zegt hij op zijn tweede dag op het eiland waar zijn ouders vandaan komen.  En later als hij uitkijkt over het water in Willemstad: “Raar man, om te bedenken dat hier al die tijd ook gewoon… het leven door ging.” Adje is vaker op Curaçao geweest en kent er veel familie. Gikkels, half Arubaans, half Surinaams, is er een paar jaar geleden nog op vakantie geweest, hij weet welke stranden het beste vertier hebben. Hij spreekt geen Papiaments, zijn collega van politieke partij Bijlmer Style Robert Coblijn evenmin.

“Ze zijn hier niet alleen om iets aan de jongeren hier te leren, ze zijn hier ook om zelf te leren,” zegt Sluis. Over hun eigen achtergrond. Maar ook van de jongeren hier. “Liefst doen we ook een uitwisseling de andere kant op, dat Curaçaose rappers naar Nederland gaan. De jongeren hier kunnen van de Nederlanders professionaliteit leren, politiek bewustzijn, dat teksten een boodschap kunnen hebben. En de Nederlanders kunnen leren van de meer melodieuze stijl die de rappers hier hebben, door de invloed van reggaeton, dancehall, de traditionele muziek.”

Die zangerige, ritmische stijl van rappen laten de jongeren die tijdens de schoolpleinsessies naar voren durven komen al horen. Deze sessies gelden   behalve als cultureel vermaak en ego-boost voor de scholieren ook als promotiemiddel. Voor de workshops die de rappers en De Wind en Coblijn drie dagen lang geven aan iedereen die zich er voor inschrijft, en voor het concert aan het einde van de week. De lokale media werkt flink mee. De jongens worden uitgenodigd bij tv- en radioprogramma’s, doen een sliert aan kranteninterviews. “Dat jullie uit Nederland komen, dat helpt echt, dan krijg je meer gedaan,” zegt een van de lokale rappers die met Anti-Xchange meedoet. “Hier op Curaçao wordt hiphop gezien als iets voor kinderen, het wordt niet gezien als kunstvorm,” zegt Sluis. Een ander doel van het project is om de hiphopscene op Curaçao te verstevigen. De jongeren die meedoen aan de workshops of geselecteerd worden om mee te doen met het concert worden gestimuleerd contact met elkaar te houden.

Image

Halverwege het project neemt Sluis de jongens mee naar Savonet. Het voormalige plantagelandhuis is vorig jaar geopend als museum over de geschiedenis van Curaçao. Elia Isenia, zangeres en op het hele eiland bekend als draagster van de muzikale en orale cultuur van het eiland, vertelt de jongens daar over hun geschiedenis. Ze vertelt de jongens onder meer over tambú, een liedstijl ontstaan onder slaven op de plantages. Het heeft de vraag-antwoord structuur, en draait om tekstuele improvisatie en spitsvondigheid. Het was een codetaal om met elkaar te praten zonder dat de slaveneigenaar het begreep. “De taal was alles wat wij hadden om ons uit te drukken,” zegt Isenia. Ze maant de jongens om op te staan en om haar na te doen en na te zingen. Ze laat de jongens denkbeeldige mais stampen, handen rond een denkbeeldige stok de lucht in en met een luide ‘oeh’ neer laten komen. ‘De rappers laten zich gaan, zingen steeds luider mee en lopen uiteindelijk in een rijtje, mais zaaiend achter Isenia aan.

De jongens zijn allemaal onder de indruk van Isenia. Fresku: “wat ik dacht, dat bevestigde zij gewoon. Ik geloof dat verdriet, indrukken, tragedies van je voorouders, dat je dat allemaal meekrijgt in je DNA. En eigenlijk had zij het daar ook over. Ken je die track van mij, Is dit alles?” Hij citeert:

want nog steeds draag ik een visie en ook bepaalde tradities
die me nog bij zijn gebleven, spoken van het verleden
als mijn kindjes disciplineren door ze klappen te geven
want vroeger sloeg ik m’n kind zodat m’n baas het niet deed
ik weet het niet meer, maar ik draag het nog mee, het is een wazig idee.

Gikkels wil liefst dezelfde week nog een track met Isenia opnemen, hij heeft zijn schrijfblok er al bij gepakt. Hef, die in het in zijn raps heeft over de glorieuze en de uitzichtloze kant van het straatleven, staat na afloop op de veranda voor het landhuis. Hij kijkt uit over de groene heuvels van de voormalige plantage. “Hier stond die man dan, te chillen. En die slaven maar werken. Onze familie.”

Image

De climax van het verblijf, het concert, wordt een climax met Curaçaos tintje. ’s Middags werkte het geluid nog prima, maar ’s avonds blijkt de stroomvoorziening in het theater ondermaats, de stoppen slaan door. Een uur na de oorspronkelijk aanvangstijd en flink veel Hollandse stress later wordt er nog een generator besteld. Drie kwartier later stormt Gikkels als eerste het podium op en de mix van Curaçaose jeugd en Nederlandse stagiaires gaat meteen los. De rappers lijken boven het podium te zweven, gelukkig dat ze zijn om voor het eerst op te treden op het eiland van hun roots. De Hollanders zijn opgelucht dat het ondanks de technische mankementen gelukt is, de Curaçaoenaren zeggen: tuurlijk zou het goedkomen. De rappers breken de snikhete tent af. En Coblijn zegt meteen na afloop: “wij gaan hier zo snel mogelijk terugkomen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s