Kunst kijken zonder poeha

Parool, 24 maart 2011

Kunstenaars die hangen tussen kunstacademie en chique grachtengalerie krijgen steeds meer plekken om te exposeren, buiten het centrum. “We wilden niet wachten op niks, maar het zelf doen.”

“Tataa, Kunst!”, roept Olga van den Berg als ze de deur opent van een ruimte die vandaag, vijf dagen later, getransformeerd zal zijn tot galerie. De figuratieve schilderijen in sobere kleuren van mede-initiatiefnemer Jeroen Blankert staan rommelig door de kleine, witte ruimte aan het Hugo de Grootplein. Twee in was gegoten dameskleding stukken hangen, met lijst erom heen, aan het systeemplafond. Blankert: “Als we die emmer jam daar onder zetten gaat het er wel heel ongesteld uitzien.” Het is duidelijk: om kunst wordt hier niet gewichtig gedaan.

Vandaag opent het pand waar vroeger een kledingzaak zat als expositieruimte Foie Gras. Eigenlijk waren Van den Berg en Blankert, die samen ook De Nieuwe Anita runnen, kroeg, podium en feestzaal ineen, op zoek naar een atelier en opslagruimte. “Maar het is zo’n toffe plek, daar willen we dan toch iets meer mee doen,” zegt Van den Berg. Dus wordt Foie Gras nu behalve de plek die ze voor zichzelf zochten een plek voor kunstenaars en publiek. Op het erfje erachter komt een heuse beeldentuin.

 

Twee keer in de maand willen ze een nieuwe expositie openen die dan nog vijf dagen blijft hangen. De plekken in de etalage gaan ze mogelijk aan kunstenaars verhuren. “Misschien komt het kapitaalkrachtige publiek niet naar binnen, maar lopen ze er wel voorbij,” grijnst Blankert.

Aan kunstenaars die willen exposeren geen gebrek, verwachten de twee. Ook in De Nieuwe Anita hangt steevast kunst aan het drukke behang, van mensen die ze zelf uitzoeken of kunstenaars die zich zelf aanmelden. Aukje Dekker was verbaasd hoe snel kunstenaars haar wisten te vinden na de eerste expositie van het Eddie the Eagle Museum in de Tolhuistuin in Noord. “We begonnen ermee omdat er niet meer zo veel te doen was in de stad. We dachten: we moeten niet gaan zitten wachten op niks, we moeten het zelf doen.” Meer mensen bleken hongerig, want kunstenaars boden zich al vanaf het begin aan om ook eens mee te doen.

Op 13 november organiseerde Dekker met twee andere ex-Rietveld studenten de eerste van het editie van Eddie the Eagle Museum in de oude controlekamer van Shell in de Tolhuistuin. Dekker had een atelier in het gebouw er naast, en wist dat het pand leeg stond. Het concept werd: een thema bedenken, kunstenaars erbij vinden en een expositie van een dag en een nacht houden. Dan weer afbreken. Per editie werkten zo’n negen beeldend kunstenaars mee, plus muzikanten, dj’s, koks. “Het moet één bombastische avond zijn.” Kunstenaars kregen een eigen ruimte ter beschikking voor een bouwsel, konden buiten in de tuin werken, videokunst op de gevel projecteren, live-performances doen. De avonden liepen uit in nachten die zo bombastisch waren dat de vierde editie, in februari, werd afgebroken door de politie Dekker: “zo kan het dus niet meer. Maar binnen die vier edities zijn we bekend geworden als platform. We hebben een expositie georganiseerd in Berlijn, gaan naar Rotterdam, Hamburg, Skopje en Magna Plaza. Ook blijven we, rustigere, exposities maken in de Tolhuistuin.” In de zomer is het Eddie the Eagle Museum van plan om ‘het nieuwe drinken’ in te luiden. Expositiefeesten die om vier uur ’s middags beginnen en om tien uur ’s avonds afgelopen zijn.

 

Terug naar de klassieke namiddagse opening dus. Bij Subbacultcha! op de Da Costakade vinden maandelijkse de openingen keurig op vrijdag aan het einde van de middag plaats. “Maar niet opgeprikt met een glaasje wijn, maar met bier en live optredens van bandjes,” zegt Bas Morsch van Subbacultcha!. Morsch is de vormgever van het Subbacultcha! magazine, dat eens per maand uitkomt en alle shows aankondigt die het platform voor alternatieve muziek organiseert. Het magazine heeft elke keer een ‘featured artist’, en toen de organisatie eind vorig jaar een nieuw kantoor betrok met een prachtige kelder was het logisch om met die kunstenaar ook een expositie te organiseren.

 

Kulter zit midden in een woonwijk in Bos en Lommer, als een soort antikraakwacht. Juist die totale tegenstelling tot de chique grachtengalerieën maakt dat kunstenaars er graag iets willen organiseren, denkt initiatiefnemer Julie Dassaud.  Ze studeerde in 2003 af aan de Rietveld Academie, vestigde Kulter eerst in de Kinkerstraat en kreeg vorig jaar van Ymere het hoekpand met grote ramen toegewezen in de Sanderijnstraat. “In een gewone galerie voel ik me niet op mijn gemak, niet als publiek en ook niet als maker.” Bij Kulter, waar Dassaud meerdere kunstenaars bij elkaar zet om samen een tentoonstelling te maken, is de opening een evenement. “Er gebeurt iets. Er is soep, een optreden. Je komt niet alleen om het hangende werk te bekijken.” De opening, die is het belangrijkste. Echte openingstijden door de weeks heeft ze ook niet, Kulter is open als de paaltjes op de stoep een gebreide sok aan hebben. “We zorgen er wel altijd voor dat er iets in de etalage te zien is, dat is ook leuk voor de buurt.”

 

Bij Zoete Broodjes, in de Witte de Withstraat, zijn de grote ramen ook de oplossing voor het probleem van altijd aanwezig moeten zijn om mensen kunst te laten kijken. De ruiten van het hoekpand bieden zicht op de hele ruimte. “De ruimte functioneert als een grote kijkkast,,” zegt Maaike Visser van Zoete-Broodjes. “Vorig jaar was er een kunstenaar, Arjen Lancel, die met gevonden hout uit de buurt een gigantische auto bouwde, te groot om het pand ooit te verlaten. Vonden mensen geweldig om te zien.”

Sinds Zoete-Broodjes in 2004 op de Witte de Withstraat zit waren er groepsexposities, experimenteerden kunstenaars met de ruimte en waren er solotentoonstellingen. Visser en haar collega Ina Sok kregen de ruimte als onderdeel van een gemeentelijke poging de straat op te krikken. Op dit moment krijgt Zoete Broodjes subsidie op de huur van het pand.

Aan de andere kant van de stad, in Zeeburg, moet Delicatessen zich volledig zelf bedruipen. Initiatiefnemer Bas Jacobs huurt de voormalige delicatessenzaak in de Sumatrastraat tegen een commerciële prijs. Kunstexposities zijn slechts een onderdeel van wat hij doet en wie bij hem wil exposeren betaalt een vergoeding. “Het is meer een soort verzekering van inkomsten,” zegt Jacobs. “Zodat ze hun best doen dat er ook mensen komen naar de opening, de inkomsten daarvan delen we. En de commissie is, afhankelijk van de afspraken, meestal nagenoeg nul.”

Bij Foie Gras beginnen ze vanavond met een groepsexpo, met onder andere werk van de oprichters zelf. “Bij een groepsexpositie komen er sowieso veel mensen,” weet Dassaud van Kulter. Uiteraard ook met drank, inclusief witte wijn. Van den Berg een paar dagen eerder over de naastgelegen drankhandel: “kijken of we daar nog een doosje wijn kunnen regelen.” Blankert: “we zijn heel goed met de buurt.”

 

Een gedachte over “Kunst kijken zonder poeha

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s