Hoe vermaakt Amsterdam zich in 2030?

Speciale Paroolbijlage over de toekomst van Amsterdam, september 2009a toekomst blue

Waar ontmoeten Amsterdammers elkaar in 2030? Hoe vermaken wij ons? Waar gaan we dansen, waar gaan we barbequeen, waar gaan we zonnen, voetballen of een verjaardag vieren?  Kunnen Amsterdammers dat nog doen in het centrum, of is dat tegen die tijd  gereserveerd voor toerisme en wonen? Moeten we naar eenvormige complexen aan de rand van de stad? Liggen clubs alleen op industrieterreinen driekwartier fietsen van het centrum, opdat ze geen overlast veroorzaken? Zijn de postzegelparkjes volgebouwd?

Vast staat dat vermaak steeds belangrijker wordt, zegt Anne Hemker, socioloog op het gebied van ruimte en cultuur. De vrije tijd van veel mensen wordt schaarser, die tijd willen mensen niet verkwanselen, ze willen in die tijd bijzondere dingen meemaken. “Mensen lijken ook steeds hogere eisen te stellen aan vermaak,” zegt Hemker. Als we naar het strand gaan willen we niet een patatje eten, maar dineren met een chardonnay. We willen zwembaden met douches, bubbelbaden en een sauna. We willen in het park een mooi terras waar we cocktails kunnen drinken. Of lauwe biertjes wegklokken op een kleedje, maar dan nìet naast iemand die zich zen trommelt op een bongo. En als we gaan dansen dan willen we veilig onze jas op kunnen hangen,  verwachten we een fatsoenlijke muziekinstalatie en snel barpersoneel.

Dat blijkt ook uit het Grote Groenonderzoek van Dienst Ruimtelijke Ordening uit 2008. Het bezoek aan Amsterdamse parken was in tien jaar bijna verdubbeld. ‘Het zijn de plekken waar Amsterdammers zich stedeling kunnen voelen en zich als stedeling kunnen etaleren.’ En jezelf etaleren als stedeling, dat doe je natuurlijk niet met een kroket in de knuist. In het onderzoek gaf DRO aan dat de gemeente in de toekomst behoorlijk gaat investeren in de Amsterdamse parken. ‘De komende jaren vragen bijvoorbeeld het Rembrandtpark, het Oosterpark en het Amstelpark om investeringen’.

DRO richt zich ook op ontwikkeling van de groene buitengebieden. “In de stad wordt het nog drukker, ook een deel van de groene plekken in West buiten de ring zal worden volgebouwd,” zegt Ed Buijs van DRO. “Maar de behoefte aan rust- en ruimte-ervaring verdwijnt niet.”

De dienst werkt er al aan om de routes richting die buitengebieden mooi te maken. “Langs dijken en trekvaarten de stad uit.” Zo is er een fietspad langs de dijk langs het IJsselmeer naar Muiden, zodat je niet langs de A1 hoeft. Een project wat nog van start moet is een fietspad langs de Kostverlorenvaart en de Schinkel, van Oud-West naar het Amsterdamse Bos.

Volgens Buijs zijn Amsterdammers maar matig tevreden met hun buitengebieden. “Maar de bodem is nou eenmaal nattigheid, en het landschap blijft zo plat als een pannenkoek.” Wat de gemeente wel kan doen is stimuleren dat er iets te doen is in die buitengebieden. “Nu is het niet rendabel om een leuk koffietentje te exploiteren langs de Amstel, en in Spaarnwoude gebeurt geen moer,” zegt Buijs. DRO streeft ernaar dat in de toekomst de groene buitengebieden niet alleen maar groen zijn, maar dat er ook horeca is en cultuur. “En boeren, maar dat is eigenlijk ook iets cultureels.”

In de buitengebieden scharrelen ook steeds meer ganzen en herten en andere beesten die na een prettig leven dampend op het bord van een Amsterdammer komen. “Er ontstaat steeds meer belangstelling voor voedsel uit de omgeving,” zegt Geert Timmermans van DRO. Hij denkt ook dat steeds meer mensen gaan vogelen. “Natuur wordt steeds schaarser, dus steeds meer bijzonder.” Nu al houdt DRO zich bezig met de biodiversiteit bij de herinrichting van parken. Zo krijgt het Vondelpark straks poelen, lekker voor kikkers en vlinders. Bij de herinrichting van andere parken zal daar ook rekening mee worden gehouden.

Wat Amsterdammers straks in die parken mogen doen, dat is moeilijk te voorspellen. Mogen ze recreëren zoals zij willen? Met biertjes, een barbecue, een bongo en een radio? Of komt er bij elke ingang een groot bod met verboden? Nu al is er een flinke strijd gaande over de openbare ruimte. Van wie is die ruimte? Wie beslist hoe die ruimte gebruikt mag worden? “Als iemand zich de openbare ruimte toeëigent, dan kan iemand anders zich die ruimte niet meer toeëigenen,” zegt Hemker. Dus als klagende bewoners in de toekomst alle ruimte krijgen, dan zal er in de toekomst geen pleintje in Amsterdam meer zijn waar je een blowtje mag roken of een biertje mag drinken. Alcohol drinken in de buitenlucht zal dan voorbehouden zijn aan de mensen die voldoende geld hebben om op het terras te zitten op datzelfde pleintje. “De openbare ruimte is in principe voor iedereen,” zegt Timmermans. “Bij stadsparken moet je als overheid daar ook standvastig in durven zijn. De mensen die aan het park wonen, dat zijn maar een paar.”

Als de gemeente en wetgever de ruimte blijft geven aan klagers zoals het nu doet, dan ziet de toekomst van vermaak in Amsterdam er somber uit, denkt Poppes. “Dan wordt de toekomst een cumulerend effect van wat je nu al ziet.” Restrictie en repressie als oplossing voor problemen. “De creatieven zullen uit de stad verdwijnen.” Want mensen willen wel hun fiets voor de bioscoop of het theater kunnen parkeren. Amsterdammers willen gewoon op een terras kunnen zitten of staan, willen een sigaretje kunnen roken en kunnen drinken hoeveel ze zelf willen. “Als de overheid zo doorgaat dan zal ze in de toekomst ook ‘veiligheid’ gaan misbruiken.” De opmerking van Rotterdamse burgemeester Aboutaleb na de schietpartij in Hoek van Holland onlangs is daar een goed voorbeeld van. Hij kondigde aan de komende twee jaar geen gratis dance-events toe te staan in zijn gemeente nadat er een dode was gevallen bij een schietpartij bij een dergelijk feest in Hoek van Holland.

Ton Poppes, ondermeer eigenaar van club Escape op het Rembrandtplein, hoopt op een ‘Delta-plan’ voor de vermaakindustrie in Amsterdam. Waarbij de gemeente samen met een te vormen branche-organisatie op een positieve manier gaat kijken naar de vrijetijdsindustrie. In die branche-organisatie zitten niet alleen café’s en clubs, maar ook theaters, bioscopen, rondvaartboten enzovoort. In het ‘Delta-plan’ moet de gemeente dan maatregelen opstellen met een positieve blik op de branche, niet vanuit de problemen die de bedrijfstak veroorzaakt, zegt Poppes, die zich ook intensief bezighoudt met het plein voor zijn deur. Hij wil dat de overheid de branche bekijkt met in het achterhoofd de wetenschap dat die industrie belangrijk is voor de economie en voor de sociale cohesie. “Dan kunnen we samen, de industrie met de gemeente, nieuwe regels opstellen.” Die branche-organisatie kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat er vrije sluitingstijden zijn, en komen er duidelijke sancties voor als een ondernemer een regel overtreed. “Niet zoals nu, dat als iemand van drie straten verderop gaat klagen, dat dan ineens je terras eerder dicht moet doen.”

In het rapport dat de VROM-Raad opstelde in 2006 adviseerde de Raad het Ministerie ‘Bezie vrije tijd en toerisme als drager van ruimtelijke kwaliteit, niet als bedreiger daarvan’. Hans Mommaas, hoogleraar Vrijetijds Wetenschappen in Tilburg, zat in die raad en voorspelde dat de vrijetijdsindustrie in de toekomst alleen maar meer ruimte in zal nemen. De vrijetijdsindustrie moet volgens hem gezien worden als een culturele inspiratiebron en economische inkomstenbron, als een toegevoegde waarde.

Ook werd toen gesignaleerd dat de markt de overheid verantwoordelijk houdt voor infrastructuur en openbare ruimte. Terwijl de overheid steeds meer kijkt naar de markt als financier van ruimtelijke kwaliteit. Bij de herinrichting nu van het Rembrandtplein is dat ook het geval. Ondernemers rond het plein hebben hun zegje gehad in de herinrichting, en betalen straks mee aan het onderhoud en het toezicht op het nieuwe plein.

“Daar moet de overheid wel mee oppassen, want de markt is keihard,” zegt Hemker. Neem de jongens die op een straathoek aan het rappen zijn. Horeca-ondernemers willen die niet in de buurt hebben. Maar die jongens moeten toch ook ergens heen.

Want Amsterdam blijft een jonge stad. Terwijl grote delen van Nederland in 2030 aan het vergrijzen zijn, en de bevolking krimpt, blijft Amsterdam redelijk jong. De groepen die in aantallen toenemen zijn alleenstaanden, eenoudergezinnen en niet-Westerse allochtonen. “De ruimtedruk neemt daardoor ook toe,” zegt Hemker. Bovendien gaat het sociale leven alleen nog maar meer buitenshuis plaatsvinden, denkt Hemker. “De vermaak industrie is de laatste jaren heel groot geworden. Kijk alleen maar naar de industrie van het nachtleven. Die is in vijftien jaar tijd gigantisch geworden,” zegt Hemker. “Als we niet in de crisis blijven hangen gaat die trend mogelijk door. Diversiteit in vermaak blijft ook belangrijk.  Bovendien willen mensen de mogelijkheid hebben in hun eigen scene uit te gaan, zich te onderscheiden in hun vermaak.”Dat gaat parallel aan de trend van eenvormige complexen die aan randen van steden verrijzen. Gebieden die aangewezen worden voor vermaak, en waar grote dozen opgetrokken worden waarbinnen mensen entertainmentmenuutjes verorberen. Zoals de Arena Boulevard. Voetbal, concerten, en in de toekomst gokken en theater. Dat natuurlijk gecombineerd met eten en drinken en shoppen.

“Ach,” zegt Poppes. “Over twintig jaar willen mensen nog steeds hetzelfde: elkaar ontmoeten met een drankje erbij.” Het enige verschil is dat ze nu bier drinken en over twintig jaar misschien glühwein. Of iets anders. Maar dat is bijzaak.

2 gedachtes over “Hoe vermaakt Amsterdam zich in 2030?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s