Interview Giovanca en Lilian Vieira

Artikel Kunstbijlage Parool, 5 augustus 2009 giogroot

Een oceaan scheidt de geboorte-plaatsen van Giovanca en van Lilian Vieira, en dat is te horen in hun muziek. Maandag geven ze een dubbel-concert in het Concertgebouw.

Die trap van het Concertgebouw, dat is het ergste, weet Lilian Vieira (42). De Braziliaanse zangeres van de band Zuco 103 stond al eerder in die imposante zaal. “Het is prachtig, maar die trap is een probleem. ” Hoog en stijl. Giovanca Ostiana (32) is al een week zenuwachtig voor haar debuut op het podium met zoveel muzikale geschiedenis. “Ik maak niet de meest hapklare muziek. Heb een eigenzinnige sound, ik ben benieuwd of het publiek van het Concertgebouw daar er wat mee kan. ” Vieira stelt haar jongere collega gerust. “Joh, je moet je geen zorgen maken. ”

Zij weet al: optreden in het Concertgebouw is heel wat anders dan spelen in een popzaal. “De mensen zijn verder weg, het lijkt afstandelijker. Je moet goed naar de gezichtsuitdrukkingen kijken, dan kun je zien of mensen genieten. Soms staat er iemand op om te dansen. ”
Giovanca vraagt zich af of ze niet ‘ een etnisch intro’ kan verzinnen, ‘ zo van ahummmmaaa ahummmbaaa’, dat rechtvaardigt dat ze met blote voeten de trap af danst, in plaats van die hindernis wankelend te moeten nemen op hoge hakken.
Een grap vol zelfspot. Giovanca werd tot haar eigen irritatie vaak in het hoekje geduwd van aardse zelfbewuste neo-soulzangeres. Haar stem is juist licht, de muziek die ze maakt is pop met jazz en hiphopinvloeden. “Mensen vragen mij vaak waarom er in mijn muziek zo weinig te horen is van mijn Curaçaose achtergrond, ” zegt Giovanca. “Maar dan zou ik de pop uit de jaren tachtig negeren, de hiphop uit de jaren negentig. ”
Giovanca werd in Nederland geboren en groeide op in Amstelveen. Lilian Vieira kwam bijna twintig jaar geleden vanuit Brazilië naar Nederland. Ze werd hier bekend met haar cross-overgroep Zuco 103. Braziliaanse ritmes, met laptop- en dance- invloeden. En haar Braziliaanse zang. Vieira’s Nederlands is melodieus, soms zoekt ze naar woorden. Over het Engels dat ze moet zingen in een nummer van Giovanca, het enige nummer dat de zangeressen maandag samen spelen, maakt Vieira zich zorgen. “Ik heb mijn tong erover gebroken gisteren. ”

“Dan zing je het toch in het Braziliaans, ” zegt Giovanca. Ze legt haar collega uit waar het nummer I remember over gaat. “In het Papiamento is er geen woord voor Curaçaoënaar. Je zegt ‘ ik ben een kind van Curaçao’. Ik zing dat ik altijd een kind blijf van Curaçao, in het Papiamento. Tegelijkertijd slaat dat op mijn ouders, ik blijf altijd een kind van hen. ”
“Oh, dat vind ik mooi, ” zegt Vieira. Daar kan ze wel wat mee. Afgesproken wordt dat de Braziliaanse een heel couplet krijgt om te zingen wat ze wil. “Ik blijf ook altijd Braziliaans. Het zit in je. Op een rare manier blijf je er altijd mee bezig. ” Met zoveel verleden in een ander land dwalen de gedachtes, ook wandelend door Amsterdam of spelend met haar kind in thuisstad Utrecht, de oceaan over.
In het Concertgebouw zingt ze maandag klassieke samba’s, ‘ Braziliaanse kamermuziek’. Met een klassieke bezetting als band: twee percussionisten, een klarinet, contrabas en gitaar. “Misschien komt het ook wel door mijn kind dat ik meer bezig ben met waar ik vandaan kom. Ik wil hem laten zien wie ik ook ben. ”
En Vieira’s moeder zal het ook goed vinden. “Zij had niets met de electronica van Zuco 103. ” Bovendien was haar vader ‘ president van de sambaschool van het dorp’, dus met de samba’s die zij in het Concertgebouw zingt, is de cirkel rond.
Voor Giovanca, die tot haar eerste soloplaat, Subway Silence, vorig jaar uitkwam vooral achtergrondzang deed, is I remember een eerste nummer met Antilliaanse invloeden. Het ritme is opgebouwd met net zulke ‘ rare instrumenten’ waar zij en haar zus in het weekeinde in de gang over struikelden als pa met zijn latinband had opgetreden. “Wij dachten dat mijn vader een beetje vreemd was, hij had allemaal instrumenten waarvan we dachten dat hij ze zelf had geknutseld. ”
Voor I remember vroeg ze een Antilliaanse percussionist die niet kon aarden in Nederland iets voor haar op te nemen. Een basis waar ze later een nummer mee kon maken. “Hij kwam aan met twee percussie-instrumenten. Een grote trommel, en een schop. Een instrument uit de slaventijd. Een schop waar je duim doorheen gaat en waar je met een metalen stok op slaat. ”
Het nummer is niet uitgekomen in Nederland, haar label in Japan heeft het alleenrecht bedongen. In Giovanca’s muziek mag dan weinig van haar roots te horen zijn, ‘ mijn manier van optreden heeft altijd een Latijns-Amerikaanse basis gehad’. “Dat zit hem in…, ja hoe moet je het omschrijven. Jeito, heet dat in het Papiamento, ” zegt Giovanca. En haar Braziliaanse collega reageert: “Maar dat is hetzelfde in het Braziliaans! Jeito. Het kruid. ” Giovanca: “De manier waarop je iets doet, de saus. Jeito. ”

Lilian Vieira en Giovanca, maandag 10 augustus, 20.15 uur, Concertgebouw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s