Boos om Shell
Ergens eind december maakte mijn broer, die directeur is van DRIFT (instituut dat onderzoek doet naar duurzame transities), en ik ons druk om de Shell glossy die NRC bij ons door de bus gooide. Hij maakte zich vooral druk om de propaganda van Shell, bedoeld om iedereen te laten denken dat duurzame energie de komende decennia nutteloos is. Ik maakte me vooral druk om NRC. Want op de cover van de glossy stond ‘in samenwerking met NRC Media’. Dat moest de glossy geloofwaardigheid meegeven, een journalistiek cachet. Ik maakte me druk om het korte termijn denken van NRC. NRC vergooit er mee zijn geloofwaardigheid, en betekent op korte termijn wel veel cash om redacteuren te betalen, maar op lange termijn je dood. Want een krant waarbij je bij elk artikel op je hoede bent, daar wil je niet voor betalen. De gebundelde boosheid leidde in een weekend tot dit artikel.
“Wij willen laten zien dat je wat kunt bereiken”
Parool, 7 december 2011
Vier Nederlands-Antilliaanse rappers gingen naar Curaçao om de kleine hiphopscene daar vooruit te helpen. En om zelf te leren. “Die tambú van de slaven, dat is gewoon hiphop man.”
Van een mistig en koud Nederland staan rappers Fresku en Gikkels anderhalve dag later op een schoolplein waar de lucht boven de grond trilt. Terwijl de zon op hen in hakt en de zweetdruppels langs de slapen parelen, bouwen scholieren van het KAP College een geluidsset op. Wanneer de bel van de pauze gaat stromen de leerlingen naar buiten, het plein op. De achterbak van een witte gedeukte auto vouwt zich uit tot broodjeskraam. Gikkels en Fresku, uit Amsterdam en Eindhoven, beginnen de eerste schoolpleinsessie van de vele deze week in Willemstad. Onwennig eerst nog, want kennen deze leerlingen hun wel? Weten ze wel dat ze op gaan treden? En verstaan ze wel Nederlands? Hoe goed kunnen ze deze jongeren, die zo op hen lijken, maar toch zo anders zijn, inschatten?
Dood wordt theater
MC Magazine #2, najaar 2011
Tien jaar nadat haar vader zelfmoord pleegde maakte Lenne Koning een voorstelling over de dood, Schaduwtijd. “De wanhoop van het verlies is onder de voorstelling gekropen.”
Een ambulance die kort de Haarlemmerweg blauw verlicht. Een jong meisje met man die voorbijlopen, vlak nadat een actrice vertelt hoe ze achter de kist aanliep, met daarin haar vader. Heel bewust liet theatermaker Lenne Koning (28) de wand van ramen van de kleine studio van het MC Theater onafgedekt. Zoals mensen in rouw steeds geconfronteerd worden met de wereld die gewoon doorgaat, zo wilde Koning de buitenwereld haar voorstelling Schaduwtijd in laten komen. “Dat werkte soms zo mooi. Dat zijn cadeautjes.” De voorstelling wordt in december dit jaar hernomen, weer in dezelfde ruimte, met nieuwe argeloze voorbijgangers die plots een diepere laag aan de voorstelling kunnen geven.
Koning maakte de voorstelling vorig jaar, tien jaar nadat haar eigen vader overleed. Hij pleegde zelfmoord toen ze zeventien was. “Ik wilde een stuk maken over hoe abstract het is dat iemand er ineens niet meer is. En over hoe mensen met dat verlies omgaan. Over die bewonderenswaardige veerkracht van mensen die zich toch weer open durven te stellen, en zich daarmee ook weer kwetsbaar maken voor nieuw verlies dat zeker gaat komen.” Ze maakte een voorstelling zonder ‘verhaaltje’, maar met losse beelden, scenes, teksten, die samen één geheel vormen. “De wanhoop van het verlies, hoe het voelt dat de grond onder je voeten vandaan valt, dat moest onder de voorstelling kruipen,” zegt Koning. “Daarin is een lach af en toe belangrijk, want daardoor stelt het publiek zich open.”
Voor ze met de twee actrices, Senna Gourdou en Khadija Massaoudi, drie weken de studio indook om de voorstelling te maken, liet ze het onderwerp een zomer lang sudderen. Koning schreef een stapel teksten, van dialogen tot filosofische verhandelingen en poëtische monologen. “Als mensen het hebben over de dood of hun verdriet, dan gaat dat bijna altijd in cliché’s. Die grond onder je voeten die wegvalt, komt altijd terug. Als je dat leest bij die overlijdensberichten denk je, nou, dat is ook altijd hetzelfde. Maar voor iedereen die het overkomt, voelt het toch zo. En niet anders.” En ook al is dood een gegeven, eigenlijk de doodnormaalste zaak van het leven, komt het toch voor iedereen ‘plotseling’, of ‘onverwacht’. En als je op de dood let, is de dood overal. In een uitzending van Man Bijt Hond hoorde ze een man over leven met het verdriet van de dood van zijn dochter zeggen, ‘het is toch leven met de handrem erop’. “Een hele mooie vertaling van het cliché,” vindt Koning. Ze hoorde een filosoof op tv een verhandeling houden over de aanwezigheid van afwezigheid. “Hij zei: ‘als ik in een café zit te wachten op een vriend, dan zie ik de afwezigheid van die vriend. En niet de afwezigheid van iemand anders’.” Dat fragment heeft geleid tot een scene waarin Khadija Massaoudi, een van de actrices, wijst op een wereldbol en zegt: ‘dit is de wereld. Maar voor mij is dit de wereld zonder mijn vader’. Ze vraagt vervolgens mensen in het publiek hoe zij de wereld zien. Tijdens een van de voorstellingen antwoordde een vrouw heel rustig: ‘ik zie de wereld zonder mijn man’,” zegt Koning. “We proberen het heel open, te doen. Het publiek moet niet het gevoel hebben dat het gebruikt wordt voor de voorstelling. We willen graag dat iedereen het samen beleeft, dat er saamhorigheidsgevoel ontstaat.” Dat er maximaal vijftig mensen publiek in de ruimte van de kleine studio kunnen helpt daarbij, denkt Koning.
Dat de theatermaker ging werken met twee vrouwen in plaats van met mannelijke acteurs was volgens haar geen bewuste keuze. “Ik wil werken met acteurs die ik interessant vind, ik moet benieuwd zijn naar wat zij over het onderwerp te melden hebben. Want zij dragen veel bij aan de voorstelling. Senna en Khadija zijn zulke acteurs.” Misschien heeft het vrouwelijke, open, zachte er ook wat mee te maken. “Ja, mijn broer ging ook heel anders om met de dood van mijn vader. Die is zo boos geweest, zo boos. Bij mij duurde dat heel lang voor ik zover was.”
“Laat een ding duidelijk zijn,” zegt Koning, ‘Schaduwtijd gaat niet over mij of mijn vader’. De teksten komen voort uit persoonlijke gevoelens, ook die van de actrices, maar ze zijn overstijgend, zegt Koning. Het gaat niet over concrete voorvallen, maar over het algemene gemis, het verdriet, de abstractie van verliezen. Iedereen moet zich erin kunnen herkennen.
“Ik denk ook dat ik die tien jaar nodig heb gehad om met afstand naar mijn eigen verdriet te kunnen kijken,” zegt Koning. “Als we aan de voorstelling aan het werk waren, dan was ik ook totaal niet met mijzelf bezig, ik dacht helemaal niet over mijn eigen verdriet na.” Twee jaar geleden maakte ze al de voorstelling Vrije Val, bij het Hollandse Nieuwe festival. Die voorstelling ging over zelfmoord. “Toen ik naar de toneelschool ging, een jaar na de dood van mijn vader, hoopte ik al dat ik ooit zulke voorstelling zou kunnen maken,” zegt Koning. “Dat ik dat mooie zou kunnen wat kunst kan doen: iets wat zo verdrietig en pijnlijk en lelijk is, maken tot iets moois waar mensen door geraakt worden.”
Schaduwtijd is te zien van 8 tot en met 10 december 2011 in het MC Theater.
“Ik houd niet van burgerlijke dingen”
Parool, 27 oktober. Rubriek: geld moet rollen
Casper Reinders (41) is horeca ondernemer en verzamelaar van vintage, antiek en rariteiten. Voor zijn eigen zaken, zoals Jimmy Woo, Lion Noir en Ludwig II zocht hij zelf de kunst, de meubels en de decoratiestukken bij elkaar op markten over de hele wereld.
“Ik kom uit een familie van verzamelaars, ging van jongs af aan al met mijn moeder antiek kijken. Toen ik vijftien, zestien was ben ik begonnen met Papoea beelden. De voorouderbeeldjes van de Papoeas zien er uit als een soort ruimtewezens, heel mooi. Ik werkte dan de hele zomer bij een hoveniersbedrijf, verdiende ik in de maand iets van duizend gulden. En dat gaf ik uit aan dat soort beeldjes, ze waren zo’n tweehonderd gulden per stuk. Gelukkig heb ik ze nooit verkocht, ik heb ze onlangs terug gezet in mijn kasten.”
Meest recente aankoop
“Een De Sede bank voor thuis, zo een met die verticale slangencomponenten. In het zwart. Ik heb hem gekocht in Antwerpen. Nieuw, kost ‘ie iets van dertig duizend euro heb ik begrepen. Belachelijk, zou ik zelf nooit kopen. Dit is echt een vintagebank, komt uit de jaren zeventig. In deze staat zou hij in Nederland twintigduizend opleveren. In België was ‘ie vijftien. Omdat ik heel veel bij die mensen kocht, kreeg ik ‘m voor tien. Maar het was eigenlijk voor een klant voor ons. Die besloot dat ‘ie m toch niet kon gebruiken en verkocht hem toen aan mij voor zeven. Zo koop ik ongeveer alles wat ik koop. Mijn geld zit in mijn zaken, dus ik moet slim kopen.”
Straaljager
“Een jaar heb ik hem laten staan in de winkel, zo’n rommelwinkel in De Negen Straatjes. Ik had steeds geen geld, hij was vijfhonderd euro, dacht steeds, mwah ik weet het niet. Maar elke keer als ik ging kijken stond hij er nog. Alsof hij voor mij bestemd was. Het is een model uit de jaren vijftig, zo groot als een onderarm. Die modellen werden door de producent geschonken aan generaals van landen die zo’n vliegtuig bestelden. Voor op je bureau. Ik zou het echt erg vinden als ik hem kwijt raakte, terwijl ik verder niet zoveel aan spullen hecht. Al klinkt dat gek misschien.”
Nog hebben
“Ik wil al vier jaar hele mooie blinds kopen voor onze ramen thuis, daar hangen nu nog Ikea-gordijnen. Ik weet ook precies wat ik wil hebben, maar dat kost best veel geld. En elke keer maak ik dan toch de keus voor zo’n bank bijvoorbeeld. Elke keer is er iets waarvan ik denk: dat is veel gaver, en dan interesseren die gordijnen me in een keer niets meer.”
Piemels
“Mijn motto is: als mijn werkster het eng of bizar vindt, dan is het goed. Ik houd niet van burgerlijke dingen. Dus ik heb ook een hele antieke piemelcollectie uit Thailand. Ik ben zo hetero als ik weet niet wat, dus sommige mensen vinden dat gek. Ik heb ze bijna allemaal gekocht bij antiquairs in Thailand. Een deel van de collectie staat nu in de vitrine van mijn zaak Ludwig II in de Reguliersdwarsstraat. De mooiste vindt ik een piemelketting, die droegen monniken aan hun broek. Die waren voor een mooi leven, veel rijkdom, dat soort dingen. En er liggen allemaal vrouwen over die piemels, heel grappig.”
Vertaald x 2!
Whooopie! Vorig jaar kwam dit
boek al uit in het Nederlands en Engels. Nu ligt het ineens in mijn brievenbus in het Frans en Duits. Bizar om je eigen teksten zo terug te lezen. Klinkt ineens heel sjiek allemaal. Ik schreef het boek in opdracht en naar concept van de vrolijkste uitgeverij, Snor. Het boek hoorde bij een campagne van Bloemenbureau Holland, om meer kamerplanten te verkopen.
Achter de camera
Ik stelde de vragen om de topsporters de juiste quotes te ontlokken voor de Nike Hyperfuse campagne Nederland. Fijne zonnige vrijdagmiddag was dat, en er zijn mooie filmpjes uitgekomen.
MC Magazine is er!
Heerlijk om je eigen arbeid te kunnen rùìken. En MC Magazine #2 ruikt goed. Gratis mee te nemen uit café’s, of gratis op te vragen in je papierenpostvak via hesther -apenstaert- mconline.nl Het magazine is ontworpen door UNDOG.
Jayh wil alles, en r & b als eerste
Parool, half augustus
Na wat stoere rapuitstapjes is de zoete, slicke, bronstige r & b zanger in Jayh weer op de voorgrond met zijn nieuwe album Jayh Jawson. Afgelopen weekend begon zijn promo-tour.
In de sneakerwinkel kleven wat tienermeisjes tegen de wand. Ze checken meer hun telefoon dan dat ze naar zanger Jayh durven kijken die daar op een meter afstand van hen staat op te treden. Een haag van aangewandelde jongens, sommigen met een halve liter bier in hun hand, staat bij de ingang. Jayh, zanger en rapper uit Amsterdam-Noord is op promotietour voor zijn nieuwe album Jayh Jawson dat op 19 augustus uitkomt, en voor een gympenmerk. Druk is het niet in de winkel in de Amsterdamse Poort. Het regent onafgebroken, het is na sluitingstijd.
Jayh lijkt geen moeite te hebben met de lege ruimte die voor hem ligt. Hij houdt zijn zonnebril op, dat wel, maar verder lijkt hij totaal op zijn gemak. Hij kletst, maakt af en toe een praatje, danst door de ruimte en zingt vol overgave. Dan breekt, midden in een swingend nummer, de haag voor de ingang in twee. Een scootmobiel zoeft de winkel binnen. Erop een grijze dame. Middenin de winkel komt haar mobiel tot stilstand, haar schouders en handen gaan meteen ritmisch de lucht in voor een zittend dansje. Het publiek juicht en lacht. Jayh draagt het volgende nummer aan haar op. “Ik Leef, speciaal voor deze mooie dame.”
Juf Liedefix
Metro 54 moet de stad verleiden
Parool, vrijdag 15 juli 2011
Zuidoost is zaterdag het podium voor de nieuwste grootstedelijke muziek, dans, poetry en kunst, tijdens de eerste editie van het festival Metro54.
De metro, neem Geinlijn 54, is zowel de brug als de kloof tussen Zuidoost en ‘de stad’, zoals Zuidoosters de rest van Amsterdam noemen. Taak van het festival is om die twee werelden zaterdag bij elkaar op een festivalterrein naast de ArenA te krijgen, want Metro54 is er voor alle Amsterdammers. “Bijvoorbeeld door acts te boeken die bij mensen in de stad heel populair zijn, zoals de Londense dubstepproducer Coki. Zijn energie sluit goed aan op de energie in de Bijlmer,” zegt Amal Alhaag, die als programmeur in de Tolhuistuin leerde hoe je mensen moet verleiden het centrum te verlaten. “We doen het ook door samen te werken met organisaties uit de stad, zoals Vage Gasten.” Het programma is breed, van de Surinaamse kaskawina band La Rouge, via de Jamaicaanse dancehall ster Busy Signal tot de experimentele van Onra uit Parijs.
Een van de doelen van het festival, dat financieel ondersteund wordt door stadsdeel Zuidoost en verder betaald wordt met bijdragen van fondsen en partners, is om het talent uit de Bijlmer een podium te geven en een plek te creëren waar de grootstedelijke kunst kan bloeien. Metro54 won de pitch die het stadsdeel hiervoor twee jaar geleden uitschreef, en organiseerde vorig jaar een kleine blockjam om een netwerk te bouwen met organisaties en aan te voelen wat wel en niet werkt.




